Hier zit ik dan, in zwart gepeins verzonken,
en leg me neer bij treurnis' heerschappij,
want vriendschap die uitbundig werd geschonken,
leek op een dag de houdbaarheid voorbij.

Ik weet niet meer hoe onze stemmen klonken,
al liepen wij gestadig zij aan zij.
Een beeld dat, door de stroom des tijds verdronken,
mij plots weer overspoelt als bitter tij.

Ach, elke zee kent overslaande baren
en prikkend zout dat toch geen zwemmer let.
In plaats van naar dit druilerig sonnet
met uitgelopen inkt te blijven staren,

neem ik een zakdoek, koffie en pralinen.
Met chocola is het plezanter grienen.



Winnaar van de autobiografische sonnettenwedstrijd

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

Filips de Schone & Johanna de Waanzinnige






Filips en Johanna van Castilië, Koning en koningin van Castilië 1504 – 1506 / 1555

Hij liep al tot zijn moeders ergernis
Van jongs af met een poetslap in zijn handen
En vroeg voortdurend: ‘Is die tafel fris’ ?
En: ‘Zeg eens of mijn troon wel proper is’

Men zegt wel dat hij ketters liet verbranden
En dat hij niet verschoond was als regent
Van oorlog voeren met diverse landen
Maar dit berust beslist op misverstanden

Want stiekem is bij iedereen bekend
Al staat het dan ook nergens opgeschreven
Dat hij zich slechts tot kuisen heeft gewend

Je zal ermee gezegend zijn, zo’n vent…
Het is dan ook geen wonderlijk gegeven
Dat hij zijn vrouw tot waanzin heeft gedreven