Het vrije vers

Bevrijd van vormloosheid

Omdat light verse lééft



In
een woud hier ver vandaan
leeft een schepsel, heel alleen.
Hij kan rollen, maar niet staan,
heeft geen been, geen voet, geen teen.

Oh, wat moet hij eenzaam wezen,
deze purperen gingginger,
die niet eens een boek kan lezen
want hij heeft geen hand, geen vinger.

'k Heb zo'n meelij met het dier,
maar dat woud is ver van hier.

Voor zijn achteroverneven
(heel gelijkend, maar wel groen)
die in onze streken leven
kan ik echter wél iets doen!

Hen verzorgen is een pretje,
zie ze soezen in de lommer.

Ik bereid hun vinaigretje
want ik hou zo van komkommer.

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

Drs. P overleden 7

De weg naar Omsk

De weg naar Omsk kan lang zijn maar er komt een einde aan
Dus op den duur ziet iedereen het plaatsnaambordje staan
En boven bij dat bordje daar hangt ook een soort van doek
Waarop het woordje finish staat, je doet het in je broek

Maar om nog even om te draaien ben je veel te moe
Je strompelt of je kruipt desnoods er uitgeput naartoe
En bij dat doek ontmoet je dan een kerel met een zeis
Die mager is en bovendien behoorlijk eigenwijs

Hij tilt dat scherpe ding terwijl hij grijnslacht dreigend op
Hij heeft geen oren dus al zeur je nog zo aan zijn kop
Je kunt hem niet vermurwen want hij luistert niet naar jou
Hij slaat je vrij hardhandig en je laatste kreet is: “Au!”

Dan kom je in het dodenrijk, daar blijkt het niet echt pluis
Je krijgt er niets te eten en je hebt niet eens een huis
Er is geen bal te doen dus je verveelt je echt kapot
En niemand zegt: “Hallo, wees welkom hier. Ik ben het, god.”

Dit lot dat wacht eenieder, ook wie doctorandus is
Met niemand sluit die kerel met die zeis een compromis
Al kun je aardig rijmen en met taal goed overweg
Ook wie de mooiste teksten schrijft heeft aan het einde pech

Al ben je vijfennegentig en bovendien bekend
Al kom je ook uit Zwitserland en ben je eloquent
Wanneer de zeis gaat zoeven dan gaat zelfs jouw kop eraf
En daarna ben je eeuwig dood, dat blijkt een zware straf

Een schrale troost: op aarde leef je in je teksten voort
Zolang men jouw gedichten leest of liedjes van jou hoort
Zoals het fraaie ‘Dodenrit’ of anders ‘Heen en weer’
Jij komt niet meer terug maar wij genieten elke keer