Het vrije vers

Bevrijd van vormloosheid

Omdat light verse lééft

De zoete minnetaal, die haar met hem verbond,
herhaalt hij nimmer meer, ze is verleden tijd.
Gegomd uit 't manuscript, alsof ze nooit bestond,
verankerd in 't geheugen, maar ook dat verslijt.

Vervloekt de ganzenpen, die hij plots niet meer vond,
of was zijn nieuwe bode soms de weg weer kwijt?
“Hebt gij dan niéts gehoord, uit deez' of gene mond?”
vraagt zij met zwakke stem aan Pluis, haar kamermeid.

Die legt vol medelij, het kopje in haar schoot
en baasje gooit 't mobieltje ergens in een hoek.
Ze werpt zich op het bed en schreit daar zilte tranen, 

verbeten wil zij zich een personage wanen
dat treurend overlijdt in een historisch boek.
Of kreeg ze zelf de keus: ze sabelde hem dood!

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

Weer een Prinsjesdag




ze waren weer present, die rare hoeden...
een dame had een bloemkool op haar hoofd
haar buurvrouw had een vogelnest geroofd
zo groot, daar kon een ooievaar op broeden

een uitgelaten juffrouw, een gegoede
had zich vandaag bijzonder uitgesloofd
een zwaarbeladen vrachtschip sappig ooft
genoeg om heel het ziekenhuis te voeden

’t is fraai, zo’n rariteitenkabinet
een exhibitie van verzamelwoede
de lachlust werd gewekt, ten overvloede
het leven leek een kleurrijk feestbanket

toen kwam de vrouw van Jantje met de pet
ze droeg alleen een doekje ... voor het bloeden