Het vrije vers

Bevrijd van vormloosheid

Omdat light verse lééft


(Illustratie Jaap van den Born)

De kratfuit floppert in zijn blootje
of zo u wilt: zijn nakie),
dan zie je dus het hele zootje
(en ik zeg niet: het zakie).

Maar wat is nu zo onverwacht
(tenminste, toch voor mij),
hij heeft er wel een stuk of acht
(van voren, op een rij).

Hij noemt ze zelf zijn flopgestel
(dus floppert hij ermee)
Ze zitten nooit eens in de knel
(ook niet in de puree).

Wat zeg je nu? Bah, dat is vies?
(zo'n kratfuit zonder broek)
Integendeel, hij is heel kies!
(al is zijn broek dan zoek)

Met wandelstok en vlinderstrik
(zo gaat hij steeds op pad),
met milde blik, galante knik
en blóót! (het is me wat...)



Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Forum (recent...)

Uit het archief

Kaapren varen: De derde kaper

Hij heette Tjores en hij had een baard,
hij was met zwaard en enterhaak bedreven.
Wie hem ontwaarde wendde vast de steven,
vaak tevergeefs, dan werd geen man gespaard.

Maar nooit heeft hij eenzelfde roem vergaard
als Jan, Piet en Corneel, dus ongeschreven
blijft heel de rest van Tjores’ ruige leven;
wie Tjores was bleef voor ons niet bewaard.

En waar hij dan ook rust, hij rust in vree.
Ze waren ferme jongens, stoere knapen
met een alom gerespecteerd beroep.

Dankzij hun spirit telden wij nog mee.
Thans heeft al wie een baard draagt en wil kapen
terstond het halve leger op z’n stoep.

Koop koop koop