Het Nederlandse ollekebolleke is een door Drs. P verbeterde versie van de Amerikaanse Higgledy piggledy. Het Amerikaanse higgledy piggledy heeft een aantal regels die onzinnig zijn, zoals de eis dat het met een onzinuitroep begint. Bij de Nederlandse variant zijn die gewijzigd. 

Het ollekebolleke telt twee s trofen van elk vier regels. Het verplichte metrum is de dactylus. Dat houdt dus in: één beklemtoonde lettergreep en vervolgens twee onbeklemtoonde, zoals in het woord 'ollekebolleke'. Elke strofe telt zeven dactyli, plus één extra beklemtoonde lettergreep op het einde. Regel 4 en 8 moeten rijmen. Regel 1 bevat een motto, kreet, uitroep o.i.d.  Regel 2 geeft min of meer het onderwerp en moet zelfstandig leesbaar zijn, maar mag wel doorlopen in de volgende regel.
Dus wel:

Slechte beslissingen
Waren het kenmerk enz.


Maar niet:

Slechte beslissing die
Kenmerkend was voor enz

Verder moet regel 6 bestaan uit een zeslettergrepig woord met de hoofdklemtoon op de vierde lettergreep. Regel 1 en 2 en  regel 4 en 5 mogen niet in elkaar overlopen.

Rijmschema

xxxa xxxa


Overige informatie

Het ollekebolleke vereist geduld, techniek en een goed zelslettergrepig woord. Het ollekebolleke heeft een zelfde verslavend karakter als de limmerick. De versvorm werd dan ook binnen korte tijd razend populair. Het metrum en het zeslettergrepige woord vormen de basis van het ollkebolleke en als er een fout in het metrum zit, is het ollekebolleke hopeloos verloren. Toch verschijnen er op internet tegenwoordig achtregelige gedichten in heel andere metrums die ollekebollekes worden genoemd.


Meer informatie

Zie 'Versvormen, leesbaar handboek', Drs. P, Uitgeverij de Stiel, Nijmegen 2000


Voorbeeld

Gonnoroe

Jeuk in m'n onderlijf
Klein puberteitsprobleem
Volgens de dokter
Door ernstige nood

Na diens remedie, een
Prostitueebezoek
Werd het gekriebel
Juist dubbel zo groot!

(Quirien van Haelen, uit Vader & Zoon)

 

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Forum (recent...)

Uit het archief

Kees Jiskoot overleden


Foto Lex de Meester

De dood van Joost Zwagerman, de Emile Ratelband van de dicht- en andere kunst, trok nogal de aandacht van de vaderlandse media.
In alle stilte en onopgemerkt overleed enkele dagen voor hem, op 82-jarige leeftijd, de Zeeuwse dichter Kees Jiskoot, die zijn eruditie niet van Google haalde, maar nog echte boeken las.

Kees Jiskoot werd in 1933 geboren te Barendrecht. Vanaf 1935 woonde hij, met een onderbreking van 12 jaar, in Zeeland.
Na zijn artsexamen  was hij achtereenvolgens gouvernementsarts in voormalig Nederlands Nieuw-Guinea (Biak, Centraal Bergland), huisarts te Terneuzen en verzekeringsarts in Goes.
Jarenlang leverde hij bijdragen aan de lightverserubriek van De tweede ronde en in 2003 ontving hij voor zijn gehele lichtegedichtoeuvre, gekenmerkt door een naïeve beminnelijkheid, de  prestigieuze Kees Stip-prijs.
Later mocht hij die zelf nog overhandigen aan een van zijn vroegere patiënten, Frank van Pamelen.

Minder bekend is dat hij ook duizenden Russische gedichten vertaalde. Vanaf 1996 verschenen enkele van die vertalingen in De tweede ronde en andere in eigenbeheerbundels, later ook bij reguliere uitgevers.
Door de hem kenmerkende bescheidenheid (hij noemde zich niet alleen lichte-gedichtenschrijver, maar ook lichte vertaler) bleef dit lang onopgemerkt in de Slavistenwereld, maar in 2013 drong dat toch ook daar door en ontving hij voor zijn vertalingen van het werk van Sergej Esenin de Aleida Schot-prijs.
Het vrije vers verliest een gewaardeerd medewerker en we nemen afscheid van een beminnelijk man, die in diepe mediastilte een reusachtig oeuvre naliet.

Een kwestie van vorm

Wie meent dat ik zal sterven, heeft het mis.
Ik ga wel dood natuurlijk, word begraven,
maar prompt daarop volgt mijn herrijzenis
doordat ik velen met mijn lijf zal laven.

Ik keer weerom in al wat levend is,
ik heb voor allebeest de rijkste gaven,
ik vorm voor tor en worm de rijkste dis
en hangt men mij, voor gieren en voor raven.

Atomen, moleculen blijven immer:
in water, lucht, de aarde of het vuur.
Of worden Licht – verdwijnen doe ik nimmer,
ik keer – ha Kees! – terug in de natuur.

Zo zal ik bij mijn nabestaanden blijven;
ook nabestaand, alleen in andere lijven.

Kees Jiskoot

  

Koop koop koop