Eerder een rijm- dan een versvorm. Kenmerk: binnenrijm. In de (d)e(e)f rijmt  de tweede regel in het midden op het eindwoord van de eerste regel. De derde regel rijmt in het midden op het eindwoord van de tweede enz. Aan het slot komt rondsluitend rijm. 

In een ruilrijm ruilen de klinkers van een of meerdere rijmwoord. Ruilrijm kan dus in andere versvormen worden toegepast.

Het macaronisch gedicht is geen echte versvorm maar eerder een soort gedicht. In een macaronisch gedicht worden twee of meer talen door elkaar gebruikt. Dit levert een humoristisch effect op.
Er is geen vast metrum of rijmschema voor het macaronisch vers. Er zijn macaronische sonnetten, macaronische limericks en nog veel andere vormen.

Het telescooprijm. De laatste beklemtoonde lettergreep van de regel groeit aan de achterkant telkens met één letter aan. Als de telescoop helemaal uitgeschoven is, wordt de telescoopklank nog een keer in een ander woord herhaald. Daarna schuift de telescoop weer langzaam in elkaar doordat er elke volgende regel steeds weer een letter afvalt. De laatste regel eindigt dus met dezelfde beklemtoonde lettergreep als de eerste. Rijk rijm is uit den boze. Noteer: aan de voorkant kan men het telescoopwoord naar hartenlust aanpassen.

De proteus is een gedicht met een vrije regellengte en enkel gepaard rijm. De belangrijkste eigenschap is dat elk eindwoord slechts een letter mag verschillen van het voorgaande.

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

Trijntje fopschip

ks

 

Omtrent een plofkip

'Plofkip geplofd' zo kopte pas
het sufferdje van Dintelsas.
Een plofkip schreef daarop getroffen:
'Wie zou er niet van zo'n kop ploffen,
want zelfs de allerdomste plofkip
beheerst de regels van 't kofschip.'

Frits Criens


Een ooi had laatst in Overbiest
Tot schande in haar hok gepiest
Denk echter niet, zo sprak het fokschaap
Dat ik nog langer in dat hok slaap
Een ram sprak toen: als ik een schaap fok
doe ik dat niet in ’t vieze slaaphok

Bas Boekelo


'Ik word', sprak 't fokschaap zwaar gefnuikt,
'te vaak als ezelsbrug misbruikt.
Ook wil ik graag van 't kofschip af;
die nepschuit wordt nog eens mijn graf.
Wie zou mijn oormerk willen dragen?
Ik ga het aan de fakespecht vragen.'

Wim Meyles