Eerder een rijm- dan een versvorm. Kenmerk: binnenrijm. In de (d)e(e)f rijmt  de tweede regel in het midden op het eindwoord van de eerste regel. De derde regel rijmt in het midden op het eindwoord van de tweede enz. Aan het slot komt rondsluitend rijm. 

In een ruilrijm ruilen de klinkers van een of meerdere rijmwoord. Ruilrijm kan dus in andere versvormen worden toegepast.

Het macaronisch gedicht is geen echte versvorm maar eerder een soort gedicht. In een macaronisch gedicht worden twee of meer talen door elkaar gebruikt. Dit levert een humoristisch effect op.
Er is geen vast metrum of rijmschema voor het macaronisch vers. Er zijn macaronische sonnetten, macaronische limericks en nog veel andere vormen.

Het telescooprijm. De laatste beklemtoonde lettergreep van de regel groeit aan de achterkant telkens met één letter aan. Als de telescoop helemaal uitgeschoven is, wordt de telescoopklank nog een keer in een ander woord herhaald. Daarna schuift de telescoop weer langzaam in elkaar doordat er elke volgende regel steeds weer een letter afvalt. De laatste regel eindigt dus met dezelfde beklemtoonde lettergreep als de eerste. Rijk rijm is uit den boze. Noteer: aan de voorkant kan men het telescoopwoord naar hartenlust aanpassen.

De proteus is een gedicht met een vrije regellengte en enkel gepaard rijm. De belangrijkste eigenschap is dat elk eindwoord slechts een letter mag verschillen van het voorgaande.

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Forum (recent...)

Uit het archief

Voorlopige kennisgeving

Jolijn stond als een windhaan in het leven
Ze brak zich over elke scheet het hoofd,
Een zoekster die haar leven lang bleef zweven
En niemand haar vertrouwen dorst te geven

Hoe ik me ook voor haar heb uitgesloofd
Het jawoord heeft ze dertig jaar vermeden
Al waren wij een keer bijkans verloofd
Wat haar haast van haar zinnen heeft beroofd

Soms had zij liefst haar polsen doorgesneden
Ofschoon ze ook wel honderd jaar werd graag
Die kans hoort nu voorgoed tot het verleden
Want zij is domweg van de trap gegleden

Begraven of cremeren, is mijn vraag…
U hoort het morgen, of misschien vandaag



Frits Criens: 'Wat een toeval dat gedicht van Maarten Beemster. In mijn bundel die komend voorjaar bij de Contrabas verschijnt, staat een sonnet met nagenoeg dezelfde clou. De titel van de bundel wordt hoogstwaarschijnlijk: Zo’n plastuit lijkt mij ideaal. '

Koop koop koop