Even opletten: dit is één gedicht, bestaande uit twee sonnetten die ook onafhankelijk van elkaar gelezen moeten kunnen worden. Er treden dus drie wendingen op: één na het octaaf, één na het eerste sonnet; één voor het sestet.  De indeling van de strofen is 4,4,7,7,3,3. Het tweede deel van het buitensonnet moet verband houden met zowel het eerste deel als het slot van het binnensonnet. Rijm en metrum zijn vrij, alleen de omkering van de laatste drie rijmklanken van de eerste helft van het binnensonnet in de tweede helft daarvan is verplicht, zoals cursief aangegeven in het rijmschema.


Rijmschema

bijvoorbeeld: abab cdcd efefghi ihgjkjk lml mnn


Overige informatie

Help mee en lever informatie aan.

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Forum (recent...)

Uit het archief

Uit het nalatenschap van Herman J. Claeys: Het gumpergaaltje

Een gumpergaaltje wordt geboren
Telkens wanneer men bijna niest
Onmiddellijk nadat men "ha!" zegt
En men de kracht voor "tsjie!" verliest

Wanneer er op die "ha!" een "tsjie!" volgt
Dan is het gumpergaaltje dood;
Daardoor is 't aantal vroeggestorven
Gumpergaaltjes taamlijk groot.

Maar volgt er op die "ha!" een "tsjoem!"
Dan weet het gumpergaaltje niet
Of het wel zin heeft, voort te leven
En sterft het toch - maar van verdriet.

Koop koop koop