Gedicht waarvan de beginletters van de regels een naam, woord, spreekwoord of zin vormen. Het is uiteraard ook mogelijk om een achrostichonsonnet, -ollkebolleke of -ballade te maken.


Rijmschema

Het rijmschema hangt af van de gekozen versvorm


Overige informatie

Achrostichons zijn zeer geschikt voor gelegenheidspoëzie.


Meer informatie

Zie 'Versvormen, leesbaar handboek', Drs. P, Uitgeverij de Stiel, Nijmegen 2000
Zie ook Lexicon der poëzie, C. Buddingh, Van Ditmar Amsterdam 1968


Voorbeeld

Navolging

Laat mij m'n ledigheid, ik wil niks doen
Apathisch zal ik uw verachting dragen
Mijn traagheid is geen smet op mijn blazoen
Lethargisch wil ik zijn, geen winst bejagen

Elan en hoger honing zijn taboe
Naargeestig en verveeld slijt ik mijn dagen
Dat iemand werken wil, maakt mij al moe
Ik wenste die fanaat het liefst de klere
Gewoonlijk kom ik daar niet eens aan toe

Het leven dat ik koos, lijkt zonder hoop
Een vlucht in vadsigheid en zó goedkoop
In feite echter volg ik slechts de Here:
Die laat Zijn zaken ook op hun beloop

(Frits Criens, uit De Tweede Ronde, lente 2004 Ledigheidsnummer)

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Forum (recent...)

Uit het archief

Sonnet 18



Moet ik u meten met een zomerdag?
Dan bent u milder, u houdt beter maat.
De meiwind brengt het tere groen van slag
en stralend zomerweer, het komt en gaat.

Soms brandt het hemels oog alsof het haat,
hoe vaak verduistert iets zijn gouden gloed!
En al wat groeit verschrompelt vroeg of laat,
nog ongesnoeid, alleen omdat het moet.

Uw eigen zomer blijft voor eeuwig mooi,
verliest geen bloei die aan uw wezen kleeft,
noch kan de Dood u claimen als zijn prooi,
omdat de tijd u tijd van leven geeft.

Zo lang er adem is of ogen zien,
zo lang leeft dit, en leeft u voort mitsdien.


Shall I compare thee to a summer's day?
Thou art more lovely and more temperate:
Rough winds do shake the darling buds of May,
And summer's lease hath all too short a date:

Sometime too hot the eye of heaven shines,
And often is his gold complexion dimm'd;
And every fair from fair sometime declines,
By chance, or nature's changing course, untrimm'd;

But thy eternal summer shall not fade
Nor lose possession of that fair thou ow'st;
Nor shall Death brag thou wander'st in his shade,
When in eternal lines to time thou grow'st;

So long as men can breathe or eyes can see,
So long lives this, and this gives life to thee

 

Koop koop koop