De Tripel is een bedenksel van Bas Boekelo.
Het bestaat uit drie kwatrijnen, metrum bij voorkeur amfibrachys.
Elke kwatrijn eindigt met hetzelfde woord in een andere betekenis (Dit woord noemen we tripelwoord. Het tripelwoord is vr. of onz.).
De eerste regel van het eerste kwatrijn is ook de eerste regel van de andere twee kwatrijnen.
Die openingsregel noemt drie elementen, elk der elementen staat éénmaal op rijmpositie.

 


De volgorde der elementen kan op maar twee manieren:

A B C
B C A
C A B
 

 
A B C
C A B
B C A

Die elementen zijn uiteraard te koppelen aan de betekenis van het tripelwoord.
Geen enjambement.

.

 

Rijmschema

abab

a=man. b=vr.


Overige informatie

Leuke vorm die dubbel denkwerk vereist


 

Meer informatie


Die man op die bank in het park
Ik kan hem maar moeilijk vergeten
Ik noemde hem heimelijk ‘hark’
Zijn naam heb ik nimmer geweten

Dat park en die man op die bank
Zijn kleren vervuild en versleten
Door pech en door zucht naar de drank
Daar heb ik het steeds aan geweten

Die bank en dat park en en die man
Zijn lot heeft me lang nog gespeten
Ik gaf hem wat geld, nu en dan
En suste ‘goeddoend’ mijn geweten


 

 

 

 

 

 

 

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

Demasqué



mijn moeder sprak vol trots van heldendaden
verricht door hem, die stoere oom soldaat
zijn borst vol lintjes deed zijn moed wel raden
kritiek verdroeg ze niet, dan werd ze kwaad

hij was voor mij, het kind, een man van kracht
hij droeg een streepje ergens op een mouw
dat was voor wonden van een felle klauw
een tijgerin had hem die toegebracht

maar heldendaden bleken ploertenstreken
het roofdier werd een vrouw of zelfs een kind
en zoveel meer is vuig, onwaar gebleken

soms stormt de vraag nog kwellend door mijn geest
en jaagt de angst me bijna door het lint
had ik niet ook zo kunnen zijn, zo'n beest