hij droomde weg in verre fantasieën
het was heel vroeg, de lucht had nog wat iels
hij legde zich te rusten op een biels
één wiel ging door zijn hals, één door zijn knieën
hij ruste zacht, in vrede en in drieën

“Wat ben ik blij met mijn Corneel
Die hooggeplaatst auditor is
En weet heeft van mijn clitoris
Want Jan en Jaap en Piet en Joris
Die weten van dat ding niet veel
En zitten slechts aan mijn clitoris”