Het vrije vers

Voor en door plezierdichters

Met Forum, Vorm én Vent

Ik bad er dikwijls om maar werd nooit bader –
een kinderklomp is zomaar nog geen schoener –
ik was des duivels maar toch zelden Moener
dan hij die droogte treft als ware wader.

Bij welke daden noemt men mij een doener?
Wat deed ik ooit om door te gaan als dader?
Dè daad, roept u, maar nee, aan mij geen vader
wat dat betreft ben ik toch meer een zoener.

En bij het water zat ik aan het kader
maar trof het slecht, mijn maat was een lauwloener
en lachte als een echte ha-ha-hader.

Toch werd de prille lente stilaan groener
en vloeide mij de Eden door de ader:
ik waande mij Jan Pieterszoon, maar koener.

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Forum (recent...)

Uit het archief

When I first put this uniform on

When I first put this uniform on,
I said, as I looked in the glass,
"It's one to a million
That any civilian
My figure and form will surpass.
Gold lace has a charm for the fair,
And I've plenty of that, and to spare,
While a lover's professions,
When uttered in Hessians,
Are eloquent everywhere!"
A fact that I counted upon,
When I first put this uniform on!

I said, when I first put it on,
"It is plain to the veriest dunce
That every beauty
Will feel it her duty
To yield to its glamour at once.
They will see that I'm freely gold-laced
In a uniform handsome and chaste" -
But the peripatetics
Of long-haired aesthetics,
Are very much more to their taste -
Which I never counted upon
When I first put this uniform on!  

Koop koop koop