Het vrije vers

Voor en door plezierdichters

Met Forum, Vorm én Vent

‘Een bed?’ vroeg hun de herbergier,
‘Ik heb hier niets en niemendal
alleen een plekje in de stal.’
En weg was hij met bladen bier.

‘Ach, ’t is toch best gezellig hier,
wat maakt het uit’, sprak zij, ‘geen bal.’
‘Hou jij je mond dicht en beval!’
‘zei hij en plette boos een mier.

‘Hé, ezel’, sprak het grootste dier
met luide stem en veel plezier:
‘wat denk je dat het worden zal?’

De vrouw begon te persen: knal!
‘Een meisje!’ riep ze moe, maar fier.
‘Oh nee’, zei hij, ‘daar heb je ’t al!’

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Forum (recent...)

Uit het archief

Slavin of godin



Je bent een werkbij, zoemen mijn gedachten.
Een poets- en wasvrouw, en een keukenmeid
die nooit eens opvalt door afwezigheid,
want ja, het vele werk dat kan niet wachten

Bij mij is altijd alles fris en schoon.
Manlief zal dat met blij gemoed beamen.
Mooi Truus, maar doe je morgen weer de ramen,
die regen he, zegt hij vanaf zijn troon.

In mijn gedachten spookt nu een godin.
Och dame, zegt ze, het is toch een schande,
kijk eens naar uw gekloofde ruwe handen.
Zeg géén oké, u bent toch geen slavin.

Want zij die met de speer vertrouwd was, Truus;
Zij droeg jouw naam en maakte nooit excuus.



Bout-Rimé op het Schoonmaaksonnet van Inge Boulonois

Koop koop koop