‘Een bed?’ vroeg hun de herbergier,
‘Ik heb hier niets en niemendal
alleen een plekje in de stal.’
En weg was hij met bladen bier.

‘Ach, ’t is toch best gezellig hier,
wat maakt het uit’, sprak zij, ‘geen bal.’
‘Hou jij je mond dicht en beval!’
‘zei hij en plette boos een mier.

‘Hé, ezel’, sprak het grootste dier
met luide stem en veel plezier:
‘wat denk je dat het worden zal?’

De vrouw begon te persen: knal!
‘Een meisje!’ riep ze moe, maar fier.
‘Oh nee’, zei hij, ‘daar heb je ’t al!’

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

Overlevering




Een stal was mij als boorling al genoeg
Ik was bereid als zoon van god te lijden
Als ik de schriftgeleerden scherp bevroeg
Of farizeeën uit de tempel sloeg
Gaf dat de mensen hoop op nieuwe tijden

Ik kwam Jeruzalem eens binnenrijden
Op Grauwtje die me als een koning droeg
En heel het volk besloot zich trouw te wijden
Aan mij, die hen van zonden kwam bevrijden
En alle duivels uit hun harten joeg

U kent mijn story vast wel van het Boek
En anders zeker van het witte doek