Het vrije vers

Bevrijd van vormloosheid

Omdat light verse lééft

‘Een bed?’ vroeg hun de herbergier,
‘Ik heb hier niets en niemendal
alleen een plekje in de stal.’
En weg was hij met bladen bier.

‘Ach, ’t is toch best gezellig hier,
wat maakt het uit’, sprak zij, ‘geen bal.’
‘Hou jij je mond dicht en beval!’
‘zei hij en plette boos een mier.

‘Hé, ezel’, sprak het grootste dier
met luide stem en veel plezier:
‘wat denk je dat het worden zal?’

De vrouw begon te persen: knal!
‘Een meisje!’ riep ze moe, maar fier.
‘Oh nee’, zei hij, ‘daar heb je ’t al!’

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

In memoriam



Nog altijd groeit de bonte lijst van namen
In marmer en herinnering gekerfd
En brengt de Dood, die nieuwe leden werft,
Ons in en in bedroefd rond groeven samen.

Wij kunnen onze levensduur niet ramen
En zien ons meer omringd met wat men erft
Van vrienden en familie die men derft,
Omdat zij niet hun barre lot ontkwamen.

De Tijd leert onze tranen te verdringen,
Maar blijvend zijn gevoelens van gemis;
De Dood slaat wonden die de Tijd niet heelt.

Wij blijven achter met herinneringen.
Die zijn soms mooi, maar – weet je wat het is?
We hadden ze zo graag met hen gedeeld.