Het vrije vers

Bevrijd van vormloosheid

Omdat light verse lééft

meyles2
Foto: Aliza Meyles
 
Ooit reed ik in Ferrari’s, supersnelle,
ik liet geronk uit mijn motoren zwellen, 
ik was bevriend met Francorchampscoureurs. 
Nu fiets ik meestal rond op mijn Gazelle
tot zadelpijn mijn lijf begint te kwellen
en ken ik bijna alle buschauffeurs.
 
Ooit vloog ik af en toe naar de Seychellen.
Ik sliep met mademoiselles van Estelle
in Marriotthotelinterieurs. 
Nu zit ik op het strand van West-Kapelle
met buurvrouw driehoogachter Mariëlle
en ruik haar Hemabloemetjesodeurs. 
 
Ooit at ik enkel wild en zalmforellen
met een dessert van roomijs en prunellen
bij Michelingidstopentrepreneurs.
Nu laat ik een goedkope rookworst wellen
of demp mijn trek met Febofrikandellen 
van ’t allerlaatste kleingeld in mijn beurs.
 
Ooit schreef ik filosofische novellen.
Ik was geliefd, ik had iets te vertellen,
ik hoorde bij de Boekenbalauteurs.
Nu sterven één voor één mijn grijze cellen,
ik doe alleen nog columns voor Libelle
en houd me wat onledig met light verse. 
 
Wim Meyles is zondag derde geworden bij het kampioenschap lightversedichten te Emmen. Dit was een van de door hem ingezonden verzen.
 
 

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

Verre landen

 
Groot, die kersenboom, en dik.
Wie erin klom? Ja hoor, ik!
Mijn armen stevig om de stam,
ik keek zo ver als ik nooit kwam.

Ik zag de buurtuin van heel hoog,
een bloemenpracht kreeg ik in ’t oog.
En nog meer moois kwam voor de dag
dat ik niet kende of ooit zag.

Ik zag de lucht weerspiegeld in
rivierenblauwe kronkeling;
het stoffig stuiven, heen en weer,
van wegen met hun druk verkeer.

Als ik een hogere klimboom vond
zag ik nog verder in het rond,
tot daar waar de rivier volgroeid
in heel de zee vol schepen vloeit.

Tot waar de weg aan elke kant
nog doorloopt tot in sprookjesland,
waar elk op tijd aan tafel gaat
en al je speelgoed met je praat.
 
 

Foreign Lands

Up into the cherry tree
Who should climb but little me?
I held the trunk with both my hands
And looked abroad on foreign lands.

I saw the next-door garden lie,

Adorned with flowers, before my eye,
And many pleasant places more
That I had never seen before.

I saw the dimpling river pass

And be the sky’s blue looking-glass;
The dusty roads go up and down
With people tramping in to town.

If I could find a higher tree

Farther and farther I should see,
To where the grown-up river slips
Into the sea among the ships,

To where the roads on either hand

Lead onward into fairy land,
Where all the children dine at five,
And all the playthings come alive.
 
Robert Louis Stevenson (1850-1894)