Gratis e-book Inge Boulonois t.g.v. haar geboortedag
Op 3 december 2024 overleed Inge Boulonois.
Kort voor haar overlijden kreeg ik op messsenger een berichtje van haar waarin zij me vroeg of we even via de telefoon konden spreken.
In dat gesprek vertelde ze dat ze ongeneeslijk ziek was en dat zij nog maar kort te leven had. Enkele zaken m.b.t. de voortgang op het Het vrije vers passeerden eveneens de revue. Zij vroeg mij of zij een PDF-document met een aantal gedichten van haar bij mij veilig kon stellen, om die later als E-book op Het vrije vers te zetten.
Het telefoongesprek werd abrupt onderbroken vanwege de deurbel en het bezoek van haar dochter.
Een dag later stuurde zij mij het beloofde PDF-document en verontschuldigde zij zich (volkomen onnodig natuurlijk) voor het feit dat zij ons telefoongesprek zo plotseling moest afbreken.
Het bericht van haar overlijden enkele dagen daarna kwam voor mij en voor velen met mij als een grote schok.
Het PDF-document met die gedichten waarvan dus een e-book diende te worden gemaakt bleef vervolgens door diverse oorzaken een tijdje liggen en ook het uiteindelijke klaarzetten als e-book bracht de nodige haken en ogen met zich mee. Uiteindelijk besloot de redactie te wachten met het publiceren totdat zich een geschikt moment zou aandienen.
En vandaag is dan dat moment aangebroken. Het stilstaan bij de geboortedag van Inge. Ze zou vandaag bij leven en welzijn exact 80 jaar zijn geworden.
Remko Koplamp
Uit het E-book hieronder het vers voor vandaag van Inge.
Een z.g. bout rimé. Een gedicht dat uitgaat van reeds bestaande rijmwoorden. In dit geval zijn het de rijmende woorden uit ‘De Dapperstraat’ van J.C. Bloem.
Aardappel
Die knol is voor tevredenen of legen!
Is er banaler voedsel in ons land?
Wie heeft die kost nou nooit op bord gekregen?
De meesten zijn die smaak allang ontstegen
Berichtte onlangs zelfs een ochtendkrant
De nasmaak lijkt vooral op kleiïg zand
Qua koolhydraten is het ook geen zegen
Er is zoveel gezonders onderhand
En tegen dikmakers zijn wij gekant
Dus ja, er is op aardappels véél tegen
Dit overdacht ik, lopend door mijn stad,
Domweg bezweken voor een zak patat
En via deze link – klink & klaar – is vervolgens voor een ieder het gratis e-book te lezen.
Geen trauma's van vroeger om vrij uit te putten Geen proppen papier door de kamer verspreid Geen wijnflessen slingerend op het tapijt Ik hoefde mijn duim nu eens niet te benutten
Niet urenlang frummelen, fronsen en frutten Niet zweten, niet zwoegen, geen eenzame strijd Ik heb niet gevast noch mezelf gekastijd Ik maakte niks mee om dit vers mee te stutten
Geen heilloos karwei met frustraties erbij Geen dagdromerij in een hut op de hei Ik tuurde niet stuurs naar het hemelgewelf
Hoe is dit ontstaan? Welke weg moest ik gaan? Waar kwamen spontaan al die woorden vandaan? Ach, soms zit het mee, dit sonnet schreef zichzelf
Een houtworm vroeg zijn pa te Petten: “Wanneer mag ik mijn klomp weer zetten? Ik hoop op heerlijke cadeautjes Als harsepein en peperschrootjes Maar vader sprak tot zoon: “Helaas, Het is nog lang geen Splinterklaas”
Vanmorgen werd ik wakker en ik voelde mij wat vreemd Er was ineens iets geks, ik kreeg mijn vinger er niet achter 't Was moeilijk te omschrijven, want ik leek wel wat ontheemd Zo anders was het, ongewoon: ik voelde me wat zachter
Mijn vrouw vroeg ook al bij 't ontbijt: wat is er aan de hand? Waarom help jij opeens mee met het pakken van de borden? Waarom smeer jij je eigen brood, dat mag wel in de krant Je bent toch niet vannacht in één keer mild of zo geworden?
Ik weet het niet, zei ik, ik voel me plotseling wat raar Vannacht kon ik niet slapen en je weet: dat heb ik zelden Ik piekerde en piekerde, mijn hoofd werd vol en zwaar Ik dacht zo bij mezelf: ik moest eens stoppen met dat schelden
Ik dacht dat het wel goed zou zijn om jou eens te verwennen En om je te bedanken voor wat jij steeds voor mij doet Ik weet dat ik een zak geweest ben, zal ik je bekennen Hoe ik daar nou zo bij kom, weet ik eigenlijk niet goed
Ik heb me voorgenomen om voor Jansen van hierboven Wat aardiger te zijn, want ja, die man heeft het wel zwaar Ik zal niet meer zo mopperen, dat zal ik hem beloven Waarom ik dat nou weer verzin, ik vind het wonderbaar
Ik zal ook niet meer zeuren over al die Islamieten En over homo's zal ik voortaan ook wat stiller zijn Ik zal ook niet meer fluiten naar de schaars geklede grieten En zal me goed gedragen tegen Jood en Palestijn
Ik weet niet hoe ik nou opeens zachtaardig ben gaan denken Of zou het komen door al dat gehannes in Den Haag? De politiek zit ook alleen maar rattengif te schenken Ik denk dat ik dat simpelweg niet meer zo goed verdraag
Echt alles is veranderd sinds we nieuwe buren kregen Onmiddellijk na het passeren van het koopcontract Verbouwden ze, vooral de tuin werd grondig aangepakt Er kwamen tegels waar een mossig grasveld had gelegen De snoeischaar ging met woeste halen door de blauweregen Ze rustten niet voordat de perenboom was omgehakt Echt alles is veranderd
Die oude, wilde tuin is elke vorm van groen ontstegen Een grijparm heeft een lading tuinhout op de stoep gekwakt En toen het bouwwerk stond, werd alles stemmig zwart gelakt Natuurlijk mocht ik kijken, maar het viel me nogal tegen: Echt alles is veranda
Vermoeid vlij ik mij neder op een zachte alpenwei Ik voel mijn lijf bedaren en verzink in dromerij Een wijfjesrund treedt nader en zij fluistert in mijn oor: ‘Och heer neem nog een wijle rust, dra zingt het schaapjeskoor’
Het alpenblauwtje op de bok heeft zonneklaar gezag Zij dirigeert het bergorkest met klare vleugelslag Daar hoor ik nu warempel een duet van ram en ooi Wat zijn die beide zoetgevooisd, mijn god wat is dat mooi
Het fluiten van de bergmarmot klinkt wonderbaarlijk schoon De gems zeult met de alpenhoorn maar produceert geen toon Dan galmt het koene krassen van de jonge alpenkauw De steenbok slaat de koebel maar hij neemt het niet zo nauw
De dijenkletser van de lynx komt niet goed tot zijn recht De moeflon jodelt ook een lied en doet dat lang niet slecht De alpensalamander zwiept zijn staart wat heen en weer Hoe anders dan de edelweiss, haar kop deint op en neer
Dan stopt ineens de zang en dans en zwijgt elk instrument Er staat iets te gebeuren en ik kom wat overend De dieren kijken vol verwachting naar het rotsplateau Daar treden jonge schapen aan, een wemelwit tableau
Het Lucia di Lammerkoor is wijd en zijd bekend Hun a capellarepertoire geldt thans als jongste trend Vooral het Agnus Dei wordt zo prachtig uitgevoerd Die wonderschone samenzang laat niemand onberoerd
Ook ik moet even slikken en ik luister ademloos De koorzang is betoverend, zo zuiver en zo broos In al mijn levensdagen viel mij nooit zoiets ten deel Dat ik dit toch ervaren mag, dit sprookjestafereel
Een hoef stoot mij heel zachtjes aan: ‘Meneer, het is voorbij’ Onwillig maak ik mij nu los uit deze ‘sans pareil’ Ik strik mijn veters maar weer vast en gord mijn rugzak om En trek – veel rijker – verder naar een nieuwe alpenkom
Een mopshond uit het dorpje Vlijmen blijkt zó briljant te kunnen rijmen en dierenverzen te creëren, dat kenners stuk voor stuk beweren dat Stip in beesten voortbestaat en dat het om een Fopshond gaat.
De redactie feliciteert de finalisten van Lichtvoetig IX: Koos Dijksterhuis, Paterswolde Han Marinus, Wassenaar Christian Goijaarts, Dorst Maarten van Petersen, Amstelveen Peter de Liefde, Papendrecht René Turk, Kleve Bennie Sieverink, Hengelo Rikkert Zuiderveld, Vledderveen
Een Vlaamse vos (nochtans geen vrome) vertrok op bedevaart naar Rome; nog even heeft hij omgekeken. "Als vos verlies ik nooit mijn streken, toch steekt het dat," zo sprak hij triest, "mijn streek nu wel zijn vos verliest."
Een brilslang kruipend op de grond Had hoop dat hij zijn bril weer vond Zijn hele route keek hij na Hier op de markt van Appelscha Ik zei, omdat zijn zicht slecht werkte ´Wat naar, ik wens je heel veel sterkte´
U kocht bij ons een kwaliteitsproduct, de leek kan het probleemloos zelf monteren en onvolkomenheidjes repareren, maar belt u ons gerust als dit niet lukt.
De helpdesk is geduldig en secuur, de chatbot kan uw vragen goed behappen, maar is nog niet volmaakt, dat zult u snappen, voorheen zat daar een mens, dat was te duur.
Hebt u nog steeds een vraag na drie kwartier, dan mag u op de keuzetoetsen drukken, de vruchten van ons kenniscentrum plukken, we zijn voor u bereikbaar tot half vier.
Toets 1 als u een onderdeeltje mist, toets 2 als u een barst of scheurtje merkt, toets 3 als heel het apparaat niet werkt, toets 4 voor de terugzendspecialist.
Toets 5 bij onverwachte flits of knal, toets 112 bij brand of ongeval.
Een vette rups uit Cadzand Bad die op een malse bladrand zat, riep: 'Heerlijk, wat een buitenkans, geloof maar dat ik hiervan schrans.' Een koolmees dacht toen zij hem hoorde: 'Toevallig zeg. Mijn eigen woorden!'
De snelle fietser wil een topper lijken, gedreven trappend in zijn strakke pak. Aan alle weggebruikers heeft hij lak. Dat zijn obstakels die maar moeten wijken.
Gevloek, getier, gemopper en gescheld naar iedereen die hij niet kan passeren. Hij bekt ze steevast af (dat zal ze leren!), waarna hij mokkend naar de einder snelt.
Wat ik bedenk bij zulke halve garen: die grote mond zal ook die pens verklaren.
When, in disgrace with Fortune and men's eyes,
I all alone beweep my outcast state
And trouble deaf heaven with my bootless cries
And look upon my self and curse my fate,
Wishing me like to one more rich in hope,
Featured like him, like him with friends possessed,
Desiring this man's art, and that man's scope,
With what I most enjoy contented least,
Yet in these thoughts myself almost despising,
Haply I think on thee, and then my state,
Like to the lark at break of day arising
From sullen earth sings hymns at heaven's gate.
For thy sweet love remembered such wealth brings
That then I scorn to change my state with kings.
*
Lig ik in tranen hier voor Neerlands volk
En lazer van mijn rotspiek met een boog
Dan schreeuw ik mijn ellende huizenhoog
En weet: ik viel weer in mijn eigen dolk
Ik zou in grote rijkdom kunnen leven
Met vrienden alle uren om mij heen
Van wie ik schoonheid, macht en status leen
De luchtbel knapt, het mooiste duurt maar even
Ik zwelg zo nog wat door in oud chagrijn
Dan teken jij een glimlach op mijn kaken
Terwijl daarbuiten vogels hooglied maken
En psalmen fluitend in de glorie zijn
Ik droom jouw kleine hoofd tegen mijn borst
Geen cent en toch gelukkig als een vorst