Een mopshond uit het dorpje Vlijmen blijkt zó briljant te kunnen rijmen en dierenverzen te creëren, dat kenners stuk voor stuk beweren dat Stip in beesten voortbestaat en dat het om een Fopshond gaat.
De redactie feliciteert de finalisten van Lichtvoetig IX: Koos Dijksterhuis, Paterswolde Han Marinus, Wassenaar Christian Goijaarts, Dorst Maarten van Petersen, Amstelveen Peter de Liefde, Papendrecht René Turk, Kleve Bennie Sieverink, Hengelo Rikkert Zuiderveld, Vledderveen
Een Vlaamse vos (nochtans geen vrome) vertrok op bedevaart naar Rome; nog even heeft hij omgekeken. "Als vos verlies ik nooit mijn streken, toch steekt het dat," zo sprak hij triest, "mijn streek nu wel zijn vos verliest."
Een brilslang kruipend op de grond Had hoop dat hij zijn bril weer vond Zijn hele route keek hij na Hier op de markt van Appelscha Ik zei, omdat zijn zicht slecht werkte ´Wat naar, ik wens je heel veel sterkte´
U kocht bij ons een kwaliteitsproduct, de leek kan het probleemloos zelf monteren en onvolkomenheidjes repareren, maar belt u ons gerust als dit niet lukt.
De helpdesk is geduldig en secuur, de chatbot kan uw vragen goed behappen, maar is nog niet volmaakt, dat zult u snappen, voorheen zat daar een mens, dat was te duur.
Hebt u nog steeds een vraag na drie kwartier, dan mag u op de keuzetoetsen drukken, de vruchten van ons kenniscentrum plukken, we zijn voor u bereikbaar tot half vier.
Toets 1 als u een onderdeeltje mist, toets 2 als u een barst of scheurtje merkt, toets 3 als heel het apparaat niet werkt, toets 4 voor de terugzendspecialist.
Toets 5 bij onverwachte flits of knal, toets 112 bij brand of ongeval.
Een vette rups uit Cadzand Bad die op een malse bladrand zat, riep: 'Heerlijk, wat een buitenkans, geloof maar dat ik hiervan schrans.' Een koolmees dacht toen zij hem hoorde: 'Toevallig zeg. Mijn eigen woorden!'
De snelle fietser wil een topper lijken, gedreven trappend in zijn strakke pak. Aan alle weggebruikers heeft hij lak. Dat zijn obstakels die maar moeten wijken.
Gevloek, getier, gemopper en gescheld naar iedereen die hij niet kan passeren. Hij bekt ze steevast af (dat zal ze leren!), waarna hij mokkend naar de einder snelt.
Wat ik bedenk bij zulke halve garen: die grote mond zal ook die pens verklaren.
Dit is een gebeurtenis die ik me als oppas-oma nog scherp herinner. Marloes was heel lief, maar borstvoeding uit een fles weigerde ze. En dan moest Marianne tussen de middag weer even van haar werk naar huis komen om haar de borst te geven.
Foto uit het familiearchief van de dichter
Ze is inmiddels bijna twintig jaar En staat al regelmatig voor de klas Ik denk terug aan toen ze baby was En ik een flesje voeding gaf aan haar
Ze keek me even aan, maar dronk geen teug Dat flesje nee! Dan leed ze liever dorst Ze koos uitsluitend mama’s zachte borst Dat is wat ik me steeds nog helder heug
Maar op een dag zei ik: kom op! en zweeg … Ineens dronk ze de fles in één teug leeg.
Wij zijn professionele taalpuristen: ik als docent en zij als journaliste, twee meesters in linguïstisch redetwisten, dus elke dag relatierisico’s.
Vakantie leek een aangenaam presentje, nee, geen hotel of chic appartementje, kamperen in een minitrekkerstentje, in een der stilste Franse regio’s.
We spraken af om niet te internetten, om telefoon en wifi uit te zetten, om krant en kennisdragers te beletten, om vrij te zijn van elke hype en hausse.
Ik zei: ‘Dit vind ik zorgenloos genieten, hier zijn geen pubers en geen persmuskieten, geen Instagram- en Facebookparasieten.’ In alle rust werd zij ontzettend boos.
Er volgde een gesprek met ‘Welles nietes’, verdwenen waren de vakantiemythes, geen redding boden de verzoeningsrites en dat om ‘zorgenloos’ of ‘zorgeloos.’
Moraal: Kamperen zonder al het digitale moet kunnen, maar onmisbaar blijft Van Dale.
Een oude boekenwurm uit Baal bleek onvoorstelbaar muzikaal. "Al wat ik over liedkunst las kwam mij", zo zei hij, "goed van pas. Een nieuwe stap lijkt mij nu fijn: ik zou graag eens een oorwurm zijn!"
Een maffiapaard dat in Redmond De zwijgplicht doorbrak en de wet schond Was flink de sigaar Die nacht toen hij daar Het hoofd van een mens in z'n bed vond
Waar Heinz Polzer klein van gestalte was en zich met houterige, maar verende tred voortbewoog, om zo onopvallend in de massa te verdwijnen, was Henri Hubertus van Kol (1852-1925) een reusachtige, flamboyante gestalte met brede gebaren en zware stem, die in ieder gezelschap opviel en er zijn stempel op drukte. De invloed van deze man zou generaties doorwerken.
Er zijn tussen Heinz en zijn grootvader opmerkelijke overeenkomsten, terwijl ze tegelijkertijd in menig opzicht elkaars tegenpolen waren. Heinz maakte in de meidagen van 1940 als lid van het Rotterdams Studentencorps Hermes het Bombardement mee en zag vanaf een dak, blussend als vrijwilliger, de Bijenkorf brandend instorten. Hij zat een half jaar in de gevangenis – wat hij stoïcijns onderging - wegens een studentikoze grap over de bezetter, werd na een tweede grap voor het vuurpeloton weggesleept door de Zwitserse ambassade en bracht de oorlog verder door als hospitaalsoldaat in het neutrale Zwitserland. In 1945 reisde hij als vrijwilliger van het Rode Kruis naar het bevrijde Parijs, waar hij piano speelde voor de Amerikaanse militairen. Overigens onder het minder Duits klinkende, aan zijn opa ontleende alias ‘Henry van Kol’. Als reclameman van Unilever maakte hij in het zinderende, hectische Indonesië van 1958 de Permesta/PRRI opstanden, de moordaanslagen op Sukarno en de dramatische deportatie van de laatste Nederlanders en Indo’s mee. Hij mocht blijven, als Zwitser. Zo beleefde hij historische gebeurtenissen: als toeschouwer en buitenstaander.
Zijn grootvader was als student in Delft mede-oprichter van de vrijdenkersvereniging De Dageraad en actief als vurig revolutionair. Ook hij reisde af naar Parijs, tijdens de opstand van de Commune in 1870, om actief deel te nemen aan de strijd, alleen om er al in België achter te komen dat de opstand net was neergeslagen. Opmerkelijk is dat in 2012, meer dan 140 jaar nadat zijn grootvader mede de stoot gaf tot de geboorte van het blad, in De Vrijdenker een gedicht verscheen van Drs. P :
“Ooit, ergens, had een man een kloek idee Het werd scenario – Hij was briljant En welbespraakt; het volk kwam aangestoven
“Er is één God, en ik ben Zijn gezant Veelgodendom valt niet meer te geloven” Hij stichtte tempels, stelde priesters aan
“Hosanna! Alle zegen komt van boven! Wat heerlijk om daar geld aan af te staan! Wij zijn het uitverkoren volk! Hoezee!”
Theologie – wat heeft die om het lijf? Het is gewoon een lucratief bedrijf”
dat naadloos aansluit bij de opvattingen van zijn opa, zoals verwoord in het studentenblad Vox Studiosorum na zijn aansluiting bij de vrijdenkers: “zijn tegenpartij had hem betwist, dat algemeene menschenliefde iets anders zou zijn dan het beginsel van de christelijke leer. Van Kol hield echter vol, dat beide van elkaar moeten worden onderscheiden, want in tegenstelling met den Christen handelt hij, die de leer van de humaniteit als richtsnoer voor zijn daden neemt, ‘niet uit hoop op vergelding in een onbewezen volgend leven’. Hij beschouwt zich ook niet als een schepsel Gods, doch als een lid van het menschdom: ‘Hij heeft geen eerbied voor een God, doch eerbiedigt den mensch. Voor hem is ieder mensch, hoe slecht, hoe diep gevallen hij ook zij, oneindig meer waard dan elke God, dien men ooit verzonnen heeft, of nog verzinnen zal’” (J.A. Stokvis in Jaarboek van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde 1932).
Heinz (onder, tweede van rechts) als eerstejaarsstudent in 1939
Waar Heinz’ observaties in de achterbuurten van Rotterdam tijdens zijn studententijd leidden tot het onsterfelijke lied ‘De commensaal’, leidden die van zijn opa als student in de achterbuurten van Delft tot diens aansluiting bij de Eerste Internationale en een levenslange strijd voor het Socialisme. Van Kol was mede-oprichter van de SDAP en correspondeerde met, en ontmoette Marx, Engels, Kautsky, Bebel en alle grote namen uit die wereld en reisde onvermoeibaar de wereld rond. Wie heeft, zoals Heinz, een grootmoeder met een poëzie-album met versjes van o.a. Domela Nieuwenhuis, Engels, Kautsky, Kropotkin, Karl Liebknecht en Adler? Heinz heeft nooit zijn bewondering voor zijn grootvader onder stoelen of banken gestoken, wegens diens eigenzinnige opvattingen en vooral om de persoonlijke moed die hij toonde bij demonstraties en politie-optredens, die toen niet mals waren en met getrokken sabels gepaard gingen. Maar de dictaturen en het dogmatisme waar deze idealen toe leidden stootten hem af.