Hij sprak laatst een dame in Poortvliet Hij vond haar geweldig een moordgriet Ze had zich vergist De sneltrein gemist Vandaar dat hij dacht ach ze spoort niet
De evolutie heeft ons veel gebracht, gemakken om de mensheid mee te dienen: relaxfauteuils, condooms, de Wegenwacht en voedingssupplementenvitaminen.
Het is te danken aan ons voorgeslacht, hun noeste arbeid en hun discipline, dat anno nu comfort ons tegenlacht: geen ganzenveergedoe maar schrijfmachine.
De mens van nu is liever lui dan moe. Als vroegpensioener leef ik als bejaarde: met Thuisbezorgddiner en Malibu relaxend in de schoot van Moeder Aarde.
Mijn leven? Facebook, Netflix, Spotify en af en toe wat dichten met AI.
Eerst moest ik mij gedeeltelijk ontkleden om voor profeet model te kunnen staan want die vond broeken kennelijk profaan of wilde er zijn geld niet aan besteden
Daarna moest ik een podium betreden om kunstenaars hun gang te laten gaan in ’t kader van mijn veel bekeken baan, wat zij dan ook vol overgave deden
Ik heb geen last van eeuwigheidsverlangen maar stond daar wel aan het idee te wennen dat ik lang na mijn dood nog zichtbaar blijf
Als ik in een museum kom te hangen kan nageslacht mij mogelijk herkennen als heilige met weinig om het lijf
Ik heb het als verstokte roker zwaar Bij popconcerten moet ik uit de zaal gaan En mag bij treinstations verplicht voor paal staan De mens die rookt is constant de sigaar
Op borrels ben ik saai en asociaal Wanneer ik na een doorsnee flutgesprekje Een paar minuten weg ben voor een trekje Het laat me koud, ik blijf mijn peuk loyaal
Dit weekend bij een gala stond ik paf Een forse surveillant sprak: ‘Ho eens even Ik vraag u om uw maatpak af te geven U weet toch van het kledingvoorschrift af?’
Totaal verbijsterd riep ik: ‘Are you joking?’ Hij wees me naar een bord dat zei: ‘No Smoking’
Zo'n mooie meid had ik nog nooit gezien. Ik stond haar diep getroffen aan te staren: perfect gemodelleerd, goudblonde haren, zo rank, zo rijp, en hooguit negentien.
Helaas ben ik wat schuchter, en mitsdien geen meester in gewiekste commentaren. Zij had geen last van dergelijke bezwaren en vroeg: 'Heb ik wat van je aan misschien?'
Maar toen ik dàt - handmatig - uit ging zoeken, ervoer zij deze hulp als minder kuis. Na enkele hier niet opgenomen vloeken sprak zij: 'Jij smeerlap, hou je tengels thuis,' en dreef, conform de zelfbeschermingsboeken, een elegante naaldhak in mijn kruis.
Ja, deze moet het wezen Hier hebben we iets aan Na uren zenuwpezen Ja, deze moet het wezen Omdat we hier op deze Niet in ons blootje staan Ja, deze moet het wezen Hier hebben we iets aan
Mentaal ben ik actiever dan fysiek. Soms maak ik ’s morgens vroeg sportieve plannen, en lukt het bijna om me te vermannen tot tennis, basketbal of atletiek.
Maar als mijn neus gestreeld wordt door gebaklucht kies ik spontaan voor koffie met gemakzucht.
De morgenstond Genietend liep hij op het wad De morgenstond Totdat hij daar een lichaam vond 'Zij heeft het leven liefgehad' Was wat er in het ochtendblad De Morgen stond
Een schurftmijt in Mariapeel speelt wonderbaarlijk goed toneel. Van Venus tot Lucretia, van Jeanne d’Arc tot Julia, van Circe tot Emmanuelle - je krijgt de kriebels van haar spel. Zij beeldt hen overtuigend uit en kruipt gewoon in elke huid.
In glazen bakken tegen de garage Verzorgt mijn vrouw van eitje tot insect De cyclus van de koninginnenpage
De pop voert een gevecht dat meelij wekt Als hij volgroeid uit zijn cocon komt breken, Wat zich als stille martelgang voltrekt
Maar als de laatste kreukels zijn gestreken Verwarmt de zon het opgepompte lijf Waaraan de vlindervleugels fleurig spreken
Ik ben geen pop die vurig strijdt, maar blijf In onvervulde dichtersdromen hangen, Besluiteloos in mijn cocon gevangen Waar ik met zelfgebonden handen schrijf
Geïnspireerd op het thema van de poëzieweek: metamorfose.
De poëzieweek duurt van 29 januari t.e.m. 4 februari.
Soms staan hier thuis de bloemen op de ruiten, soms druipt de transpiratie langs mijn hoofd. Als ik niet uitkijk, word ik gaar gestoofd! Ik open vlug een raam voor kou van buiten.
Dat heeft voor ons toch niet goed uitgepakt, zo’n variabel energiecontract…
er wordt gebeld, een vrouw met mijn pakketje een smalle doos, dat moet mijn keyboard zijn haar lieve lach, ze maakt een pirouetje een kneepje in mijn wangen, voor de gein
ze schopt haar schoenen uit, loopt door naar binnen en vraagt me wat ik in mijn koffie wil ik ben inmiddels aardig buiten zinnen ze kijkt me aan en zegt: ‘wat ben je stil’
een afdruk van mijn mailtje in haar handen ze informeert of mijn bestelling klopt mijn woorden gemarkeerd, geen misverstanden ik krijg een lekker taartje toegestopt
wat ik toen schreef, bedoelde ik toch niet: ‘een keyboard graag, met vriendelijke griet’
Voor niets: de ouderwetse hagelbuien Gecompleteerd met schrale oostenwind
Een flinke vorst, waarbij het ijs gaat kruien Een sneeuwstorm die het oog verblindt En tegenwind, voor boodschappen per fiets
Maar stel dat u de winter prettig vindt Met open haard en kaarsen of zoiets Dan krijgt u mijn versleten wintertruien Mag U de winter hebben, hoor. Voor niets * Bout rimé
Voor niets trotseer ik zware hagelbuien Het hoofd gebogen in de oostenwind
De kruier die mijn koffer loopt te kruien Is zonder al die wind al bijna blind We zoeken in de regen naar mijn fiets
Het is niet vreemd dat ik mijn fiets niet vind Bij het station? Gestolen of zoiets De kruier krijgt van mij mijn wintertruien en ook zijn loon, want hij kruit niet voor niets *