krans
 Freepik
 
1.
 
Wie schrijft er tegenwoordig nog sonnetten?
Jan-Willem niet, die vindt dat gedateerd.
Die vorm is elitair en te geleerd
en met traditie maakt hij korte metten.
 
De poëzie die híj́ oprecht waardeert
kent regeltjes, bepalingen noch wetten.
Hij kan er echt z’n zinnen in verzetten.
Zijn taal is ruw, bezield, gepassioneerd.
 
Zijn meest recente vers, heet van de naald,
waarin hij onbesuisd zijn woorden kneedde
is welbeschouwd één lang pleidooi voor vrede.
 
Hij heeft er veel succes mee hier ter stede.
Geen mens die nog naar rijm of metrum taalt;
de versvorm staat te boek als achterhaald.
 
2.
 
De versvorm staat te boek als achterhaald
want rijm is voor tevredenen of legen
en nieuwe dichters vinden nieuwe wegen.
Wie thans nog rijmt is hopeloos verdwaald.
 
Men komt ze hier en daar nog wel eens tegen,
hun werk heeft dan bij voorbaat al gefaald.
Rondelen schrijven ze, flets en verschaald,
het 5 decembervers maar net ontstegen.
 
De constante kritiek heeft ons gestaald.
Wij blijven bokkig versvoeten hanteren
om zo ons vakmanschap te etaleren.
 
Hoe heeft het tij zo drastisch kunnen keren?
Het is iets waar de liefhebber van baalt;
er wordt niet naar pentameters getaald.
 
3.
 
Er wordt niet naar pentameters getaald,
waarneembaar metrum lijkt zelfs uit den boze.
Vanavond werd opnieuw voor rap gekozen,
werd spoken word opnieuw van stal gehaald.
 
Eén dichter (één die al een beetje kaalt)
bezong op rijm de geur en kleur van rozen.
Helaas, het was een ietwat bloedeloze
ballade en het boeide niet bepaald.
 
Vormvastheid is een vorm van etiquette
die vastberadenheid vereist en vlijt,
maar die zijn meer en meer een zeldzaamheid.
 
Men vindt zulk werk gezocht en uit de tijd,
een lange reeks herhalingen van zetten.
Men gruwt van vaste vormen en hun wetten.
 
4.
 
Men gruwt van vaste vormen en hun wetten
Zo’n vorm elimineert de poëzie
Wie nu nog rijmt is een poète maudit,
een loser, niet echt waard om op te letten
.
Wie steekt vandaag de dag nog loftrompetten
voor woordenbreierij in bellettrie?
Vermijd vermaledijd rijm à tout prix
gelijk de tegenwoordige vedetten.
 
Denk jij soms dat je eer of faam behaalt
door thans nog zo’n sonnettenkrans te schrijven?
Helaas, je zal ontgoocheld achterblijven.
 
Beslist, ik zeg het zonder overdrijven:
Je hebt voor mij bij voorbaat al gefaald,
zo’n volta, niemand die er nog om maalt
 
5.
 
Zo’n volta, niemand die er nog om maalt.
Een Vondel is al lang en breed begraven.
Het dichten is geen ambacht maar een gave
en woordkeus wordt toch niet door rijm bepaald?
 
Waarom u nu met Shakespeare aan komt draven,
die mastodont waar niemand nog naar taalt,
diens roem is sedert eeuwen al verschraald,
geen mens die zich aan zulk werk nog wil laven.
 
Het tijdperk van de luit en van spinetten
is anno nu toch werkelijk voorbij
en dat geldt evenzeer voor rijmerij
 
zodat er thans alleen nog, volgens mij,
wat wereldvreemde kwezels met toupetten
gedachtenspinsels op een metrum zetten.
 
6.
 
Gedachtenspinsels op een metrum zetten,
geen hedendaags poëet die dat nog doet.
Men prefereert een vormeloze vloed
aan woorden boven heldere coupletten.
 
En heeft een dichter ooit eens toch de moed
te komen met een lai of balladette
dan maakt men met zijn werk meest korte metten
want rijm dient men te mijden, coûte que coûte.
 
Alleen één goedgeklede en kokette
wat oudere, zeer erudiete man
trekt onverschrokken steeds zijn eigen plan;
 
het blijkt dat hij er zelfs van leven kan.
Hij dicht, en niemand zal hem dat beletten,
in rijmende octaven en sextetten.
 
7.
 
In rijmende octaven en sextetten
komt jouw gedachtegoed niet tot z’n recht,
en al begrijp ik heus wel wat je zegt,
je zinnen lopen als marionetten.
 
Je hebt je ziel en zaligheid gelegd
in streven om iets op papier te zetten.
Natuurlijk kan geen mens je dat beletten,
het resultaat vind ik bedroevend slecht.
 
Een ongeschreven dichterswet bepaalt
dat men nu vrije verzen dient te schrijven
en daarbij mag ook jij niet achterblijven.
 
Houd op met zo de dichtkunst te bedrijven.
Je taal is te archaïsch, achterhaald.
Besmuikt wordt er door velen om gesmaald.
 
8.
 
Besmuikt wordt er door velen om gesmaald.
Van jouw gedichten ligt echt niemand wakker.
Je wordt toch vaak gezien als rare knakker
die eeuwenoude kunstjes stug herhaalt.
 
Men noemt je vaak een gedateerde stakker,
een vent die niet naar noviteiten taalt
maar nuffig met zijn rijmproductie praalt
en slechts één boek bezit, dat van Jaap Bakker.
 
Toch heb je soms ook wel succes gescoord.
Er was oprecht respect voor jouw talenten,
bewondering zelfs, ook van recensenten.
 
Volop genoot je dan van die momenten.
Al komt het voor dat men er zich aan stoort,
toch wordt het klinkdicht soms nog wel gehoord.
 
9.
 
Toch wordt het klinkdicht soms nog wel gehoord,
want waar men eerlijk ambacht kan waarderen
en rijm en metrum immer nog charmeren
daar leeft die versvorm onuitroeibaar voort.
 
Natuurlijk zijn er mensen, meestal heren,
die vinden dat de vorm de inhoud stoort,
maar wie jou zo hautain de grond in boort
die moet het zelf maar eens een keer proberen.
 
De vele verzen die je hebt geschreven
zijn van een excellente makelij.
Geen spoor van sleetsheid noch beunhazerij.
 
Jij blijft van nieuwerwetsigheden vrij
want een poëet als jij komt pas tot leven
waar aandacht voor het ambacht is gebleven.
 
10.
 
Waar aandacht voor het ambacht is gebleven
daar wordt een goed sonnet nog gewaardeerd.
De vorm dient minutieus gerespecteerd,
poëtisch maatwerk is des dichters streven.
 
En denk nou niet: dat doe ik dan wel even
want haast en nonchalance zijn verkeerd.
Een vers is als een vat gedestilleerd:
het rijpt wanneer er tijd aan wordt gegeven.
 
Het onderwerp, banaal of juist verheven,
en hoe je je gevoel daarbij verwoordt
bepalen of je met je vers bekoort.
 
Jij schrijft geïnspireerd en vlijtig voort,
zo houd je de sonnettenkunst in leven.
Die veertien regels zullen nimmer sneven.
 
11.
 
Die veertien regels zullen nimmer sneven.
Wanneer jij op je zolderkamer zit
en desperaat om inspiratie bidt
dan zet je door, trouwhartig aan je streven.
 
Blijft nu en dan het scherm wat langer wit,
je wordt niet tot vertwijfeling gedreven.
Nooit zal je je aan drankzucht overgeven
al zit je in de dichterlijke shit.
 
Nu worden woorden aan elkaar geweven.
Jouw muzen zingen weer het hoogste lied.
Je schrijft en schrijft, en twijfels heb je niet.
 
Je sluit voldaan je ogen en je ziet
in kapitalen op de wand geschreven:
DE ARS POETICA ZAL OVERLEVEN!
 
12.
 
De Ars Poetica zal overleven,
daar zorgen dichters zoals jij wel voor
want wars van elke trend schrijf jij stug door.
Je rijmt correct, dat is een hard gegeven.
 
Het klinkdicht, waaraan jij je hart verloor
is jou als dichter op het lijf geschreven
en dat is niet onopgemerkt gebleven.
Jouw werk vindt hier en daar een willig oor.
 
Maar er is wel iets waar men zich aan stoort;
jouw verzen passen echt niet in het heden.
Jij schrijft gewoon als honderd jaar geleden.
 
Het spijt me, maar ik vraag je onversneden:
Schrijf jij nou nooit eens iets wat ons bekoort?
Eén fraaie zin? Eén welgekozen woord?
 
13.
 
Een fraaie zin? Een welgekozen woord?
Hoe ga ik dat in vredesnaam bereiken?
Het mag voor u misschien eenvoudig lijken,
ik ben niet van het creatieve soort.
 
Ik denk dat ik het vaantje maar zal strijken.
Met mijn ambities in de kiem gesmoord
gooi ik mijn destinatie overboord,
ik wil niet onder deze druk bezwijken.
 
Het is een teleurstellend slotakkoord.
Ik kan me niet veroorloven te falen
want die triomf misgun ik mijn rivalen.
 
Het best kan ik mijn vers terug gaan halen
want een sonnet dat niet is hoe het hoort
leeft in gedachten soms nog jaren voort.
 
14.
 
Leeft in gedachten soms nog jaren voort?
Mijn vers? Ik zou daar een fortuin voor geven!
Ja, als ik dat toch ooit eens mag beleven…
Maar ik heb nimmer zo’n succes gescoord.
 
Een fraai correct sonnet, dat is het streven.
Het is als dansen op het slappe koord;
als ik de boel niet adequaat verwoord
dan wordt dat er bij mij flink ingewreven.
 
Toch zal mij dat het schrijven niet beletten
want ik kan eigenwijs zijn, nu en dan.
Ik doe gewoon mijn ding zolang ik kan.
 
Kritiek noch hoon weerhouden mij ervan
de kernvraag hier eens zwart op wit te zetten:
Wie schrijft er tegenwoordig nog sonnetten?
 
M.
 
Wie schrijft er tegenwoordig nog sonnetten?
De versvorm staat te boek als achterhaald.
Er wordt niet naar pentameters getaald,
men gruwt van vaste vormen en hun wetten.
 
Zo’n volta, niemand die er nog om maalt.
Gedachtenspinsels op een metrum zetten
in rijmende octaven en sextetten,
besmuikt wordt er door velen om gesmaald.
 
Toch wordt het klinkdicht soms nog wel gehoord
waar aandacht voor het ambacht is gebleven.
Die veertien regels zullen nimmer sneven.
 
De Ars Poetica zal overleven.
Een fraaie zin, een welgekozen woord
leeft in gedachten soms nog jaren voort 
 

Op 3 maart plaatsten we al eerder het sonnet ‘Wie schrijft er tegenwoordig nog sonnetten?’ van Bart Adjudant op onze voorpagina. Dat sonnet bleek het meestersonnet te zijn van een heuse sonnettenkrans die wij u hierbij dan ook niet wilden onthouden.

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

Aan een klein meisje

Precies 110 jaar geleden werd Annie M.G. Schmidt geboren
aaneenkleinmeisje
Foto Annie M.G.: WikimediaCommons