IMG 5721
(Wikimedia Commons)
 
 
Ze is oogverblindend, zacht streel ik haar rug
Haar zij, dan haar buik en dan schuchter naar boven
Dat zij mij dit toestaat is haast niet te geloven
Ze glimlacht, we zoenen, daarna gaat het vlug
 
Maar lijfelijkheid blijft toch meer iets privés
U zit niet te wachten op platte clichés
 
 
Geschreven naar aanleiding van het thema Poëzieweek (30/01—05/02/2025 ): Lijfelijkheid
 

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

Crisisjaren

Werklozen in de rij Row of unemployed 5371990267
Wikimedia Commons
 
Met dertien ging ik naar de zagerij
Drie boterhammen en een veldfles thee
Gaf moeder me om vijf uur ’s morgens mee
Om zes uur ’s avonds was ik pas weer vrij
 
Lawaai en stof, de tijd ging niet voorbij
Het hout was zwaar, ik sloofde voor wel twee
Maar werd gekat, mijn werk was nooit oké
De baas, een zuiplap, had de pest aan mij
 
Die kwade middag kwam hij naast me staan
Gaf me een zet, het zaagblad greep mijn trui:
Veel bloed, mijn onderarm totaal ontveld
 
Zijn eigen schuld, werd moeder thuis verteld
Want hij is roekeloos, hardleers en lui,
Pas na de oorlog vond ik weer een baan