Geertruida Botje was een pinnig vals secreet.
Van haar mocht Berend nimmer met zijn boot uit varen,
ondanks het feit dat hij verknocht was aan de baren,
wat hem uit weemoed overmatig drinken deed.

Een frisse zeebries speelde nooit eens door zijn haar,
noch zag hij springende dolfijnen voor de boeg.
Zo kwijnde Berend Botje weg van jaar tot jaar
al aan de bruine toog van een Zuidlaarder kroeg.

Zijn leven, slechts gedomineerd door kwel en leed,
zo bovenmatig dat het haast niet was te dragen,
viel hem het zwaarst op zonbeschenen zomerdagen
als oostenwind met vlagen over 't water gleed.

Een frisse zeebries speelde nooit eens door zijn haar,
noch zag hij springende dolfijnen voor de boeg.
Zo kwijnde Berend Botje weg van jaar tot jaar
al aan de bruine toog van een Zuidlaarder kroeg.

Doch op een dag heeft hij zijn laarzen aangetrokken,
zijn bootje met een mast en zeiltje opgetuigd.
Bij 't keren van het tij is hij alleen vertrokken;
zijn vrouw Geertruida heeft hem zelfs niet uitgewuifd.
Hij zeilde klaar en plat voor 't lapje ongereefd
naar Mokum waar hij nu als Shantyzanger leeft.

In rook en dranklucht, steeds een neutje voor de boeg,
zingt hij zijn liedjes over botters en galjoenen
van acht uur 's avonds tot de kleine uurtjes vroeg
al aan de bruine toog in een Zeedijker kroeg.

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

Amstelhof

moestuin2
Foto: Flickr
 
Oh Amstelhof
Ik tuit mijn lof
over die hof van heden
Die vreugde teelt
uit menseneelt
en kromgebogen leden
 
De koude stokt
de lente lokt
de holen uitgekropen!
De tuinder waait
de tuinder zaait
z’n hoofd en handen open
 
De zomer bol
de manden vol
met groente en met vruchten
Het zweet zingt luid
het lichaam uit
in wolkenloze luchten
 
De herfst begint
zie ze in wind
en weer de stelen rapen
De aarde geeft
al wat ie heeft
om daarna te gaan slapen
 
De winter leit
het zwart tapijt
onder een witte deken
De tuinder wacht
tot alle pracht
weer open zal gaan breken
 
Zo draait ie rond
Van grond naar mond
De cirkel van het leven
De zaaier bot
zijn eigen god
het zaad tot vrucht verheven
 
Dus zing de lof
van Amstelhof
waar mensen met hun handen
met harteklop
en riek en schop
de hemel laten landen
 

Een ode aan de moestuin 'Amstelhof' in Amsterdam-Watergraafsmeer 
Opgedragen aan alle moestuinen en moestuiniers in Nederland
Dit gedicht werd genomineerd voor de Duurzaam Dichten Poëzieprijs