Liefde is...

Met stille weerzin kijkt hij naar zijn vrouw
Die ginder in de afgrond staat te turen
Een lelijk kreng, vol nukken, grillen, kuren
Hoe blijf je zo'n serpent in godsnaam trouw?

Hij hunkert naar de dochter van de buren
En die intens naar hem - dat bleek al gauw
Maar door zijn jawoord staat hij in de kou
Die fout zal hij tot aan zijn dood bezuren

Ze draait zich even naar hem om en wenkt
Plots ziet hij het: zijn leed is snel geleden
Een simpel duwtje in de rug volstaat

Hij neemt een aanloop voor zijn wanhoopsdaad
Ze stapt opzij - daar zoeft hij naar beneden
Want liefde is... steeds weten wat hij denkt

Uit: Wat futen op een kluitje in het riet. Uitg. De Stiel, Nijmegen 2010


 
 

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

Nalatenschap

Ik vind mijn tante ronduit zo’n gevaar
Dat ik het mens van lieverlee vervloek
Want zij verwaarloost mijn belang in haar

Als ik haar straks vol valse hoop bezoek
Leg ik bananeschillen op haar pad
Of stop een gifspin in haar onderbroek

Ik hou haar kopje onder in het bad
En laat haar kletsnat in de vrieskou staan
Of maak haar tegelvloer met reuzel glad

Ze drinkt per dag een fles of drie jenever
En ziet zo geel als zwom ze in saffraan
Ze trekt zich van mijn erfenis niets aan:
Toevallig is dat wel haar donorlever