Het vrije vers

Bevrijd van vormloosheid

Omdat light verse lééft



BONO, YOKO & JOHN


Bono botst op Yoko’s lof voor John. Hoor:
“’Rock ’n Roll’ kotst trots”, schoolt Bono. ’Zocht
Bono’, vorst Yoko, ‘John voor rot…?!’ ”Proost!” Bocht
stroomt. Bono's toost port op tot door-

dronk. Toch, vlot schopt Yoko ’t rotjoch.
Bono’s woord stopt. Yoko’s toorn noodt
nor-tocht: voor ’n poos, Yoko bromt. Dood,
Bono noopt tot doloroso slot. Och,

Yoko’s pols, broos, nog poogt los…nop.
Stroopmoord op Bono…dom. Onttroond,
Yoko rot. Mocht boktor noch worm, doch loont
zo’n doodswond door goor vocht, brood; strop.

Yoko, dol, hoort Bono nog: “Johns doorwrocht solo
rondo loopt, grosso modo, krom! Ho! No! YOLO!”


Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

Fatal attraction

Haar uiterlijk verdiende geen medaille
is veel te zacht gezegd, maar ze bezat
als troostprijs wel een hele slanke taille.

En innerlijke schoonheid dan? Geen spat!
Een loeder was ze, giftig, een harpij.
Toch kwam er ooit een vrijer op haar pad.

Een zomeravond op de Mookerhei
werd ze bevrucht, niet al te fijnbesnaard;
hij zag, hij overwon, hij kwam. En zij?

Ook zij vond het beslist de zonde waard;
zo’n lekker stuk, daar zag ze wel wat in.
Hij smaakte best. Dat zij nog heeft verklaard: 

‘In ieder einde schuilt een nieuw begin’,
dat lijkt me onwaarschijnlijk, voor een spin.