Fluitenkruid
Pixabay
 
De wonderen zijn de wereld nog niet uit,
maar of dat waar is moet je zelf ontdekken.
Misschien wel aan de kraanvogels die trekken,
of aan de klimroos, of het fluitenkruid,
of aan ’t vliegtuig, sneller dan ’t geluid,
aan de giraffen met hun lange nekken.
 
De wonderen zijn de wereld nog niet uit,
ontdek het maar en zoek op alle plekken,
de sterrenpracht, je hand, je eigen huid
de dorre boom waaraan het twijgje ontspruit,
de zon die uit de regen kleur kan wekken.
Luister en kijk! Ontdek wat het beduidt:
 
De wonderen zijn de wereld nog niet uit.
 
Ter herinnering aan: 
Han G. Hoekstra  04-09-1906  -  15-04-1988
Uit: Verzamelde gedichten, Querido 1972
 

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

De Sloddervis



‘Wat zou het’, zei de Sloddervis,
‘dat ik geen slimmerd ben?
Ik weet wat slijk, wat modder is
en verder niks. Nou en?

Die evolutie, leuk idee
maar waar moet het naartoe?
Nee dank je wel, ik doe niet mee,
voor mij niet dat gedoe.

Waar alles mee begonnen is:
een slijmig klontje beest –
veel slomer dan een Sloddervis
kan dat nooit zijn geweest.

Ik hoef geen vleugels, klauwen,
geen slurf, gewei of bult.
Ik voel niks voor miauwen
en ben geen tiep dat brult.

Ik denk dat ik mijn modder mis
als paard of papegaai.
Dus blijf ik lekker Sloddervis,
oersimpel en oersaai.

Sterf ik straks uit? Mij best, oké.
Dan word ik nooit reptiel
of eekhoorn, vos of chimpansee.
Dan word ik dus fossiel.

Zo’n wereld-na-de-Sloddervis
is eenmaal ook voorbij.
Gaat die naar de verdommenis,
dan mooi wel zonder mij.

De oerstaat is mijn element,
mijn lat ligt niet zo hoog.
Word jij maar stinkdier of serpent
of paleontoloog.’