Pornografische tearjerker in drie sonnetten 

I Ochtend 

Hiep hiep hoera, het is weer Prinsjesdag!
Al beukt het hemelwater op de ruiten,
Ik waag mij in mijn kamerjas naar buiten
En hijs de oude rood-wit-blauwe vlag.

Ik boen mijn huis zo schoon als ik vermag
En blijf intussen het Wilhelmus fluiten.
Nog even. Deuren dicht, gordijnen sluiten,
En dan gaan zitten voor het NOS-verslag.

Op mijn enorme flatscreen-superbeeld
Verschijnt een klok die langzaam maar gestaag
De wachttijd in gelijke partjes deelt.

Een vlekkeloos gebruinde omroepblaag
Spreekt vriendelijke woorden, maar verveelt.
En dan is er verbinding met Den Haag!

(uit: Zo klinkt dus weggesmeten geld, uitgeverij Mouria)
Morgen deel II

 

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

De man, de vrouw

Zandkasteel
Pixabay
 
Ze zeggen: mannen huilen niet,
want huilen hoort niet bij een man.
Maar heeft hij zorgen of verdriet,
wat moet zo’n arme kerel dan?
Ze zeggen: mannen worden boos,
een man, hij vloekt of slaat erop.
Toch weende eertijds Willem Kloos
als bloesems braken in de knop.
 
Want zeden zijn vergankelijk,
voor nieuw geluid ontvankelijk
en van de tijd afhankelijk.
Ze houden zo lang stand
als de kastelen op het strand,
als vestingen van zand.
 
Men zegt: een vrouw hoort in haar huis,
het aanrecht is haar werkterrein,
dan blijft ze liefelijk en kuis,
wat vrouwen van nature zijn.
Zo deed een vrouw in vroeger tijd
als ze bejaard was, rijk of ziek.
De anderen deden landarbeid
of moesten werken in ’t fabriek.
 
Want zeden zijn vergankelijk,
voor nieuw geluid ontvankelijk
en van de tijd afhankelijk.
Ze houden zo lang stand
als de kastelen op het strand,
als vestingen van zand.
 
Men zegt: een man maakt zich niet op,
da’s onzin voor een echte vent.
Hij doet het met zijn eigen kop,
niet met make-up of permanent.
Maar wij beleven heus nog wel
een terugtocht naar de pruikentijd:
de popmuziek en ’t voetbalspel
hebben daartoe de weg bereid.
 
Want zeden zijn vergankelijk,
voor nieuw geluid ontvankelijk
en van de tijd afhankelijk .
Ze houden zo lang stand
als de kastelen op het strand,
als vestingen van zand. 
 
Ter nagedachtenis aan Willem Wilmink 25-10-1936 – 02-08-2003
Uit: Verzamelde liedjes en gedichten Uitg. Bert Bakker 2006