Twee sonnetten met dezelfde titel

Hij was op ’t voetbalveld een waar talent
Tweebenig, buiten even goed als binnen
Hij bouwde zich een naam op, werd bekend
Want hij wist met zijn ploeg meestal te winnen

Hij speelde in de voorhoede als spits
En na een doelpunt liet hij zich vereren
Hij was de bink, hij maakte weer de blits
En bracht zijn aanhangers in hoger sferen

Maar hij was hard, een wilde woesteling
Geen tegenstander die hem wist te stoppen
Hij trapte zich door de verdediging
Door elke back onder het gras te schoppen

Geen knie, geen enkel bleef gespaard
Zijn traptechniek was ongeëvenaard
*

Hij was een hooggeleerde in zijn vak
Hij kende van zijn vak alle geheimen
En waar men met waardering over sprak:
Zijn kundigheid in spijkeren en lijmen

Hij was precies met voor-en achterhout
En werkte zeer secuur aan alle nesten
Slechts uiterst zelden maakte hij een fout
En was in elk geval één van de besten

Een spiltrap of een rechte steek met draai
Zelfs met bordes, een traphek of baluster
Ja, al zijn trappen oogden even fraai
Hij stond in aanzien hoog, hij was illuster

Hij was zijn geld als trappenmaker waard
Zijn traptechniek was ongeëvenaard

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

Kaapren varen: De derde kaper

Hij heette Tjores en hij had een baard,
hij was met zwaard en enterhaak bedreven.
Wie hem ontwaarde wendde vast de steven,
vaak tevergeefs, dan werd geen man gespaard.

Maar nooit heeft hij eenzelfde roem vergaard
als Jan, Piet en Corneel, dus ongeschreven
blijft heel de rest van Tjores’ ruige leven;
wie Tjores was bleef voor ons niet bewaard.

En waar hij dan ook rust, hij rust in vree.
Ze waren ferme jongens, stoere knapen
met een alom gerespecteerd beroep.

Dankzij hun spirit telden wij nog mee.
Thans heeft al wie een baard draagt en wil kapen
terstond het halve leger op z’n stoep.