Kep nieuwe bure, nette mense, maar afijn
Ze spreke nietut zelfde Nederlans as mijn
Offut nou buitelanders zijn dakkénkniesegge
Dasseme nieverstaan dakkénanmijnnielegge

Ze zijnnie bruin of zo, maar blank as ik en jou
Hij is een sjentelmen, zij ook hoor, die mefrou
Dattik met hun nie prate ken blijf amme frete
Waar leg dat nou toch an, dawwou ik wellus wete

Ik vroegut dus an haar en ze was serieus
Ze zei het leg an de veschillende miljeus
Ik zei vedorie meid, wat finnik dat nou naar
Maar wat je zeg over miljeus, ja, dat is waar

Trek je der niks van an, het komp wel goed hoor meid
Ik maak met niemand en met niks geen onderscheid
Kommaar bij mijn, mijn achterdeur is nooit op slot
Leer je van mijnnut Nederlans zoassut mot.

 

 





 

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

Een dichter

Een dichter laat de woorden dansen,
een dichter ziet wat jij niet ziet,
een dichter hoort in leed een lied
en ritme in gemiste kansen.

Een dichter proeft hoe klanken smaken,
een dichter is verslaafd aan taal,
het dichten is zijn diepste kwaal
en niemand kan hem beter maken.

Een dichter denkt in metaforen:
de liefde is een lome dans,
de dood een droom, een soort van trance,
een knipoog die je niet kunt horen

Een dichter lijkt zowat te zweven
hij kijkt met net die and’re blik
-daar zijn de mensen, hier ben ik-
hij leidt een iets intenser leven.


Dit is het inleidende gedicht uit de overmorgen te verschijnen bundel met lichte verzen Licht werk dat samen met Het leven van A tot Z zal verschijnen.