We zijn verhuisd, en dat betekent nieuwe buren
De nieuwe buurman kwam vanmiddag even gluren
De goede man heeft een afschuwelijk accent
Maar toch, zei ook mijn man, een vrindelijke vent

Hij is een landgenoot, daar heb je ’t mee gehad
Hij heeft beslist een uiterst krappe woordenschat
Dat ik hem slecht versta, dat schijnt hem echt te spijten
Maar ja, geen zinnig mens die mij dat kan verwijten

Ik heb de brave borst omstandig uitgelegd
Dat het milieuverschil hem dwars zit, zogezegd
Aan zijn gezicht te zien kon hem dat niet veel schelen
Dat stemde mij weer blij, dat wil ik niet verhelen

Ik heb de goede man meteen maar laten weten
Dat ik heel veel gewerkt heb met analfabeten
Trek je er niets van aan, zei ik, het komt wel goed
Jawel, ik leer je Nederlands zoals het moet.

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

Kloostervertelling

kloostervertelling
Pixabay
 
Sien, een koornon – op het rooster van verlangen warm gemaakt –
Zingt verrukt: Is pater Joost er, die hier over COVID waakt?
Tweemaal kreeg ze zijn injectie, tweemaal lachte hij haar aan
Tweemaal voelde ze affectie, tweemaal liet ze zich haast gaan
 
Dat was zalig, maar ook zondig, want haar kuisheid werd beproefd
Moet ze Joost dan kort en bondig, zeggen dat het zó niet hoeft?
Nee, want nu ze alle nachten, droomt hoe hij haar lief verwent
Kan ze geen minuut meer wachten, tot ze weer wordt ingeënt
 
Eén beeld blijft haar steeds verlokken, telkens weer iets aangedikt:
Als het koor weer is vertrokken – door de pater reeds geprikt –
Krijgt de ster van alle koorvips – zij – van Joost een boosterspuit
In haar maagdelijke voorbibs, met zijn snelle kloosterfluit
 
Vraagt u mij vol mededogen, hoe het afliep met de non?
Had ik dat maar overwogen, voor ik aan dit vers begon!