Hij was een nijver mens en was het liefste buiten
Hij had een groenteveld gelegen aan de plas
Hij teelde groene kool en witte kool en spruiten
En teelde ijsbergsla en meer van dat gewas

Maar laatst keek hij eens neer op zijn beplante perken
En dacht; het is niet goed, zo moet het niet meer gaan
Ik sta hier jarenlang aan rugkwalen te werken
Er komen, is mijn plan, hier vruchtbomen te staan

Hij ruimde al het groen en plantte pruimenbomen
En schoffelde de grond en hield zijn boomgaard nat
Hij wachtte op de oogst die er zat aan te komen
Hij had niet veel geduld en werd het wachten zat

Hij dacht ik heb gezien dat alles hier gedijt
Ik ga een eindje om. Tot in de pruimentijd

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

De vrede van het stille land



De weide reikt tot aan de waterkant –
een weelderig tapijt van gras en kruid.
Het regent lichtjes en het zacht geluid
verdiept de vrede van het stille land.

Dan drijft de wind de wolken voor zich uit,
het licht doet met zijn kracht zijn woord gestand
en strooit met zonneschijn uit gulle hand –
het groen fleurt op, een witte kwikstaart fluit.

En ik sta aan het hek en mag ervaren
dat de natuur soms los lijkt van de tijd:
zij wil zich in het heden openbaren

in vormen die zij voor mijn oog bereidt.
Het zonlicht speelt op zachtgestemde snaren
en raakt mijn ziel met tegenwoordigheid.