De voordeur gaat van ‘t slot ik stap over de dorpel
Er schijnt een vale zon, de blauwe lucht toont leegte
De koeien in de wei het zijn er haast wel dertig
Het is een kalme dag zo rond een uur of twaalf

Een buurman net uit bed hoewel de ochtend vordert
Wat heeft hij als ontbijt het is een bordje yoghurt
De vogel in de lucht die schat ik op een buizerd
Het is een kalme dag zo rond een uur of twaalf

Een hengelaar die vecht een ronde met een karper
Zijn snoer raakt in de war het wordt een hele puzzel
De buurvrouw met haar hond doet lievig met het mormel
Het is een kalme dag zo rond een uur of twaalf

Een wandelaar die groet hij is een mededorper
Zijn broekspijpen te kort hij kijkt op zijn horloge
Van verre klinkt geluid als van een schorre bugel
Het is een kalme dag zo rond een uur of twaalf

Een jongen in een boot verliest zowaar zijn peddel
Hij vist het ding weer op, hoewel niet zonder moeite
Ik ga maar eens naar huis mij wacht een bord andijvie
Het is een kalme dag zo rond een uur of twaalf


(De oplettende lezer zal opmerken dat dit gedicht onberijmbare woorden bevat (hoewel de zwaalf een bestaande vogel lijkt te zijn) Redactie HVV)

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

leedvermaak

Het had ze altijd al wel iets geleken,
een Bed & Breakfast in het buitenland.
Ze vonden een kasteeltje in de krant,
in een van Frankrijks allermooiste streken.

Natuurlijk was het klaar in zeven weken;
ze boorden vast wat gaten in de wand
en stortten in de keuken bergen zand.
Toen hadden ze de vloer nog niet bekeken.

Het is de kelder die zo blijkt te stinken,
ze bellen tevergeefs de makelaar
en richten al hun hoop op volgend jaar

terwijl ik thuis een biertje zit te drinken
en luister naar het fijne commentaar
dat tot het einde opgewekt blijft klinken.