Het huis is verlaten, verloederd, verloren
Maar daar waar gewoond werd, bemind en geleefd
Waar ooit iemand stierf en een kind werd geboren
Daar vindt men slechts troep dat de bouwval omgeeft

Het dak is verrot en biedt zicht op de sterren
De dakspanten steken zich doelloos omhoog
Het onkruid (manshoog ) doet de toegang versperren
De kelder staat blank nog geen rat blijft er droog

De Delftsblauwe wandtegels boven de haard
Die zijn bij het slopen helaas niet gespaard

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

Zwitserlevengevoel



Als ik nerveus de envelop bepotel
Vol twijfel op de kamer van mijn hotel

En mijn zo zuurverdiende geld sneu natel
Bestemd voor mijn verwenster uit Neuchâtel

Vind ik me meer en meer een stomme ezel
En worden spijt en schuldgevoel mijn gezel

Maar dan klinkt aan de deur een woest gejodel
Van Orsch, mijn meesteres, een beunend model

Ze commandeert me hitsig uit mijn zetel
En leidt me naar de bedmat aan mijn bretel

Ik krijg een blinddoek voor, de eerste wrevel,
Voel sporen, zweepje, hoor een smerig bevel…

Nog steeds als ik mijn beurse lijf behandel
Voel ik me een verpletterde frikandel