Het dooit, de ergste koude is geleden,
de weerman schuift de vorstgrens wat opzij.
Mijn voeten komen langzaamaan weer bij
en willen nu de grasmat weer betreden.

Er worden nu geen schaatsen meer gereden.
Met zachte warme regen keert het tij;
weg is de trek in ijs- of sneeuwbalvrij
of in een tocht langs meren of elf steden.

De sneeuw verdwijnt, ik ploeter door de plassen,
mijn hond schudt dikke druppels uit haar vacht
en kijkt me aan terwijl haar snorren druipen.

Ik dacht haar op een uitje te verrassen
doch twijfel nu; ik weet niet wat ik dacht…
Het wordt weer tijd terug in bed te kruipen.

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

Het vagijntje



Door velen wordt ze aangeduid als zijnde het flamoesje,
dat klinkt aanmerk’lijk aardiger dan botweg klamme dot.
Of bruter nog: dan spreekt men van een kleffe druipsteengrot.
Veel vriendelijker is dan toch weer muisje dan wel poesje.

Hans Teeuwen houdt het op een natte la of zure sloot.
Eenvoudig als hij is noemt Youp van ’t Hek haar domweg kut.
Het ergste aller namen is beslist het woordje put,
dat past voor nog geen meter bij dit prachtig stukje schoot.

Ach, welke naam men haar ook geeft mij kan het niet veel
schelen.
Punani, schacht of schede, mossel, mösje, toefje, trut
of pruimpje, preutje, roosje, sneetje, oester dan wel frut,
‘k vind alles goed als ik er af en toe maar een mag strelen.

En hoe ze ook gekleed gaat, in een slip dan wel een stringetje,
ik vind haar sinds ik minnekoos het allerliefste dingetje.