Een kop zwart haar, volwassen bakkebaarden
De Rodaheld, begerig nagestaarde
Zijn kopbal was de schrik der Argentijnen

Een interlander met twee gouden benen

Dick mocht bij Ajax en Hong Kong verschijnen
Maar kon in stad en buitenland niet aarden
Hij was ondanks zijn lage afkoopwaarde
Niet graag gezien bij de elfmeterlijnen

De suikerziekte kostte hem zijn benen

Je kunt je hele leven zo hard trainen
En hopen op een frisse oude dag
Ineens schopt dan het lot tegen je schenen
En voor je ’t weet ben je voorgoed verdwenen
Geen mens die zo’n beroerd besluit voorzag

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

Sonnet 18



Moet ik u meten met een zomerdag?
Dan bent u milder, u houdt beter maat.
De meiwind brengt het tere groen van slag
en stralend zomerweer, het komt en gaat.

Soms brandt het hemels oog alsof het haat,
hoe vaak verduistert iets zijn gouden gloed!
En al wat groeit verschrompelt vroeg of laat,
nog ongesnoeid, alleen omdat het moet.

Uw eigen zomer blijft voor eeuwig mooi,
verliest geen bloei die aan uw wezen kleeft,
noch kan de Dood u claimen als zijn prooi,
omdat de tijd u tijd van leven geeft.

Zo lang er adem is of ogen zien,
zo lang leeft dit, en leeft u voort mitsdien.


Shall I compare thee to a summer's day?
Thou art more lovely and more temperate:
Rough winds do shake the darling buds of May,
And summer's lease hath all too short a date:

Sometime too hot the eye of heaven shines,
And often is his gold complexion dimm'd;
And every fair from fair sometime declines,
By chance, or nature's changing course, untrimm'd;

But thy eternal summer shall not fade
Nor lose possession of that fair thou ow'st;
Nor shall Death brag thou wander'st in his shade,
When in eternal lines to time thou grow'st;

So long as men can breathe or eyes can see,
So long lives this, and this gives life to thee