Het vrije vers

Bevrijd van vormloosheid

Omdat light verse lééft

Ter gelegenheid van de stadsdichtersverkiezing in Veenendaal - waarvoor ik opnieuw genomineerd ben - heb ik onderstaande versvorm bedacht. Op aanmoediging van Frans Woortmeijer breng ik 'm ook hier te berde.

Het Veens sonnet is als versvorm geïnspireerd op de vlag van Veenendaal.



Rijm: abab cd ee dc baba. Bij voorkeur wisselend mannelijk-vrouwelijk in de ab-kwatrijnen (zoals de zwarte banen in de vlag wisselen van breedte); stevig mannelijk rijm in de cd-distichons.
Metrum: Pentameter is altijd fijn, maar onderstaande viervoeter werkt ook wel.
Het eerste kwatrijn is te gebruiken als exposé, het laatste werkt als volta. De cd-distichons kunnen een soort tegenstelling laten zien. Het ee-distichon werkt als verbinding – of scheiding, net wat je wilt. De rijmen zijn verder nog gespiegeld, zoals ook de Veense vlag horizontaal symmetrisch is.

Vooruitgang ging hier vliegensvlug:
Wie Veenendaal komt binnenrijden
Ziet van haar oorsprong niks terug
Eerst was er veen, toen groene weiden

Twee delen telde Veenendaal
In Gelre één, en één in ’t Sticht

Je had toen dus twee soorten mens
De Grift bepaalde steeds de grens

Veel later werd die kloof gedicht
Nu zijn we één, is de moraal

Nog zijn er dingen die ons scheiden
In links of rechts, in slap of stug
Zo’n thema hoef je niet te mijden
Dus zoek verbinding: bouw een brug!


Met de hartelijke uitnodiging tot feedback - of een eigen poging.

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

Lichtvoetig - De Finale!


De winnaar met ingehouden triomfantelijke grijns

Had ik eindelijk de kans om Bas Boekelo in levende lijve de hand te mogen drukken: het mocht niet zo zijn. Gelukkig hadden alle andere genomineerden voor het eerste Nederlands kampioenschap light verse dichten wel de lange reis naar het verre Emmen volbracht en werd het een rumoerige middag in Grandcafé Groothuis. Van de 26 geselecteerde dichters die in het bundeltje Lichtvoetig zijn afgedrukt waren er nu dus nog negen over die zouden strijden om onder meer de “gouden voet”, een niet onaanzienlijk bedrag én een optreden in De Kleine Komedie te Amsterdam.

U begrijpt dat er bloed vloeide. Messen blonken, angels en klemmen werden gezet, zowel verbaal als non-verbaal werden charges uitgevoerd om de strijdende partijen de pas af te snijden, klem te rijden en tot aftocht te dwingen. Dàn weer was Limburg aan zet (Frits Criens en Quirien van Haelen), dàn weer werd uit het midden van het land tegengas gegeven (Niels Blomberg). Noord-Brabant liet zich niet kisten en kwam stevig opzetten (Ko de Laat en Bas Jongenelen) maar werd in de kuiten gereden door Drents talent (Bertus Beltman).

De vechtersbazen en bazinnen hebben zich van hun beste kant laten zien en trakteerden en passant het publiek op literair vuurwerk waar een gemiddeld gezin op oudjaarsavond een klein maandsalaris voor zou neertellen. Applaus, gejoel en gefluit vanuit het honderdkoppig gehoor zorgde ervoor dat de rakkers op het podium nog nauwelijks verstaanbaar hun teksten konden scanderen. Presentator Eddy Zinnemers, druk in de weer met stopwatch, waterglazen en verbindende teksten wist niet meer waar hij het zoeken moest maar kon gelukkig doormiddel van luidruchtig kuchen en vlijmscherpe annonces de dolle horden weer tot de orde roepen.

Entre-act Meindert Talma deed er nog een schepje bovenop door op geheel eigen wijze, begeleid door lichtbeelden en zijn “Korgel”, in dit zondige hol de Liefde voor de Heer te prediken en zijn geboortedorp te bezingen.

U begrijpt dat er voor de jury geen touw meer aan vast te knopen viel. Ik was dan ook zeer verbaasd dat zij een ex-aequo derde plaats toekenden aan Rikkert Zuiderveld (1947, Vledderveen) en Inge Boulonois (1945, Heerhugowaard), die elkaar snikkend in de armen vielen, het prijzengeld doormidden scheurden en er met elk hun deel vandoor gingen.

Lachende tweede bleek even later Desi Leijnen (1955, Haaksbergen), die zeer verdienstelijk had gepresteerd en onverwacht meer punten had toegekend gekregen dan voornoemde dichters.

Er vielen brokken kalk uit het plafond toen juryvoorzitter Ton Peters, vooruitgeduwd door Jan en Nicolette, de winnaar bekend maakte. Hij kwam helemaal uit Posterholt, had twintig jaar niets van zich laten horen en maaide nu in een dolgedraaide zaal de hoofdprijs weg voor de voeten van een verbijsterde groep oude rotten in het vak. Machiel Pomp (1968), hulde! Je zult het ook in het grote en verre Amsterdam goed doen op dat podium in De Kleine Komedie.

U had erbij moeten zijn. Wie er wel waren: prachtige organisatoren van de Stichting Taalpodium Emmen, die samen met vorm- en uitgever Gerard Stout het boekje Lichtvoetig voor slechts een tientje aanboden (het loopt storm, nog slechts enkele exemplaren verkrijgbaar).

Wie er niet waren: Bas natuurlijk maar dat had ik al gezegd. Verder had ik mij zeer verheugd om ook eens oog in oog te staan met de Grote Voorganger van Het Vrije Vers. Zo’n evenement missen, dat moet de rest van je leven aan de ziel blijven knagen. Jaap, je kunt je revancheren door morgen het overwinningsoptreden van de Tilburgse Dichters luister bij te zetten. Als je het heel vriendelijk vraagt willen Bas en Ko je misschien wel uitnodigen achter de microfoon.

Over podia gesproken: een ding moet mij wel van het hart. Wellicht heeft het voor de jury meegewogen hoe de deelnemers aan deze wedstrijd het podium op- en afklauterden. Er was geen trapje. Dat verklaart misschien een beetje waarom de vier laureaten in volgorde van geboortejaar in de prijzen vielen.