Opzij, het blaasensemble komt eraan
Hun woest geloei is al van ver te horen
In strakke linie schrijden ze naar voren
Ze zijn door niets en niemand te verslaan

Geen mens kan nog een zinnig woord verstaan
Ook zij niet, met die doppen op hun oren
Ze laten zich door weer of wind niet storen
Hun echelon zal blazend voorwaarts gaan

Hun instrumenten wervelend paraat
Zo wordt de buurt van bladafval bevrijd
Maar vluchtig is hun smetteloze spoor

Als Sisyphos gaan zij voor altijd door
Eén zuchtje wind - 't is lucht en ledigheid -
Daar dwarrelt al hun werk weer over straat

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

Tegenzet



een vrouw als ik, zo kien en fijnbesnaard
zal nooit een man op wrede wijze slaan

met woorden, zoetgevooisd en heel bedaard
krijg ik, hetgeen ik wens wel voor elkaar
ik zet hem op een voetstuk, langzaamaan

zijn ego groeit, een man zo trots van aard
laat ik niet naar de gallemiezen gaan
al staat een kind niet op zijn repertoire

ik biecht; die pil schat, heb ik weggedaan
hij grijnst; ik ben geholpen, halfweg maart



* schaduwvers, zie:http://www.lettertempel.nl/gedicht?storyid=35074