
Wikimediacommons
Een wants bewoont in Bovensas
een tweepersoons relaxmatras.
Hij gaat er met wat vlooien mee,
bezoekt het kleine stamcafé
en daar ontmoet hij op z’n tijd
zijn hartsvriendin, een leuke mijt.
In de kopgroep reed hij virtueel
door de voorsprong in het geel.
Maar toen het gat daarna werd dichtgereden
behoorde snel zijn droom tot het verleden.
