Villanelle poétique

Wie is de dichter van het vaderland?
Eerlijk gezegd: ik zou het niet meer weten
Je vraagt je af: wat is er aan de hand?

Ik las toch kortgeleden in de krant
Dat zij - de nieuwe - Anne Vegter heette?
Wie is de dichter van het vaderland?

Het Vrije Vers meldt elke aspirant
Want de commissie heeft ernaast gezeten
Je vraagt je af: wat is er aan de hand?

Zelf ben ik ook bepaald geen debutant
Ik kan me best met Hans en Inge meten
Wie is de dichter van het vaderland?

Haast dagelijks is er een nieuwe stand
Ons landje lijkt wel dichterlijk gespleten
Je vraagt je af: wat is er aan de hand?

Ik denk dat ik me kandidaat stel, want
Dat maakt voorgoed een einde aan de vete
Wie is de dichter van het vaderland?
Je vraagt je af: wat is er aan de hand?

 

((Met 8 stemmen is Coenraedt van Meerenburgh verkozen tot Dichter des Vaderlands. Hij volgt hiermee Ramsey Nasr op die deze functie vanaf 2009 vervulde)

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

Frits en Kee (Moderne ballade)

Piet Paaltjens
 
Zij heette Kee. Hij schreef zich Frits.
Zij zag wat scheel. Hij liep mank.
Een englenpaar. Maar zij erg bits,
En hij verschriklijk aan de drank.
 
Zo woonden ze in een lekke schuit,
Als twee marmotjes in hun hol.
Geregeld schold zij hem de huid
En dronk hij zich met bitter vol.
 
De tijd vliegt snel, vooral wanneer
De liefde 's levens zuur verzoet.
Hun koopren bruiloft kwam dus, eer
Het minnend paar het had vermoed.
 
In zijn verrassing leegde hij
Reeds 's morgens vroeg zijn tweede fles;
En van weeromstuit raasde zij
In ééns wel voor een week of zes.
 
Doch ziet! - Terwijl de teedre bruid
Haar eedle bruidegom en heer
Nog streelde, zonk opeens de schuit
Tot op de boom der stadsgracht neer.
 
Het water stroomde 't roefje in
En vulde in nog geen ommezien
Frits' lege fles, zijn gemalin
En ook hemzelve bovendien.
 
Toen taald' hij naar geen drinken meer,
En Keetje hield voorgoed de mond.
Dat was voor de allereerste keer
In hun gelukkig echtverbond.
 
Piet Paaltjens (Francois Haverschmidt)
14.2.1835 – 19.1.1894
Uit:  Nagelaten snikken,  De Arbeiderspers 1961