de arme boer, hij ploegde eenzaam voort
zijn zaad liet slechts verstilde akkers bloeien
de liefde was alleen besteed aan koeien
die zeiden ‘boe’, doch nooit een innig woord

door geiten werd hij vaak geringeloord
geen nageslacht zou op zijn erf volgroeien
hij kon het zware celibaat verfoeien
de trage trekker leek in veen ontspoord

maar zie, er meldde zich een kudde schonen
die hunkerend zijn stoere stee bezocht
en om de gunsten van de zaaier vocht
gedreven door onrustige hormonen

de boer begon een ware zegetocht
de oogstmaand zou hem rijkelijk belonen  

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

Vertalingen



Daar is-ie

Lente laat zijn blauwe lint
zwierig door de luchten zweven;
zoet-vertrouwde geuren geven
kietelend het land een hint.
Maarts viooltje droomt:
binnenkort ontluik ik.
– Hoor, van ver
een wijsje zacht en loom!
   Lente, daar ben jij!
Jou ja! voel en ruik ik.


Hatsjie

Lente laat zijn lauwe wind
grasduinend door velden zweven;
bloesemende bomen geven
kietelend mijn neus een hint.
Maarts viooltje droomt,
wil met hommels dollen.
— Voel alweer
zo’n snot- en tranenstroom!
   Lente, bah, hatsjie!
Jij weer met je pollen.


Er ist’s

Frühling lässt sein blaues Band
wieder flattern durch die Lüfte;
süße, wohlbekannte Düfte
streifen ahnungsvoll das Land.
Veilchen träumen schon,
wollen balde kommen.
– Horch, von fern
ein leiser Harfenton!
   Frühling, ja du bist’s!
Dich hab’ ich vernommen!

Eduard Mörike (1804-1875)