ik had als plek het Binnenhof gekozen
een rustig bankje achter de fontein
met pen, een blocnote en een flesje wijn
het werd een dagje aangenaam verpozen

ik telde honderdvijftig dode mussen
elf pimpelmezen en een papegaai
een gier, zes kwartels en een bonte kraai
vier roodborsten, een blinde vink, intussen

begon ik aardig in de war te raken
want hoeveel glazen had ik nu al op
er dansten twintig kippen zonder kop
(of zie je dubbel als de drank gaat smaken?)

acht vredesduiven speelden zwaan kleef aan
een torenvalk en kerkuil waren maten
ze spanden samen met een rode haan
een havik wilde niemand binnenlaten

vol wijn hield ik de vogels in de gaten
toen zag ik dodo’s en ben weggegaan

 
 

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

4 Staatslieden: Schaepman (1844 - 1903)

Ze woonde in de Doctor Schaepmanstraat,.
Hoe die voorbije meid in godsnaam heette
verdween in het dossier ‘Voorgoed vergeten’,
terwijl zijn naam nog in ’t geheugen staat.

De paus benoemde hem tot huisprelaat.
Ook heeft hij in het parlement gezeten,
ultramontaan en daarom wat gespleten,
bleek hij sociaal bewogen democraat.

Als dichtend tijdgenoot van Willem Kloos
werd hij niet door diens scherpe pen gespaard,
(als redenaar ontving hij meer applaus).

De Tachtiger vond hem een hopeloos
verouderd man en heeft zijn werk verklaard
tot lauwe retoriek in roomse saus.