ik had als plek het Binnenhof gekozen
een rustig bankje achter de fontein
met pen, een blocnote en een flesje wijn
het werd een dagje aangenaam verpozen

ik telde honderdvijftig dode mussen
elf pimpelmezen en een papegaai
een gier, zes kwartels en een bonte kraai
vier roodborsten, een blinde vink, intussen

begon ik aardig in de war te raken
want hoeveel glazen had ik nu al op
er dansten twintig kippen zonder kop
(of zie je dubbel als de drank gaat smaken?)

acht vredesduiven speelden zwaan kleef aan
een torenvalk en kerkuil waren maten
ze spanden samen met een rode haan
een havik wilde niemand binnenlaten

vol wijn hield ik de vogels in de gaten
toen zag ik dodo’s en ben weggegaan

 
 

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

Een Mythe



Van uilen meende men in vroeger jaren
-Homerus schreef het ooit eens in een mythe-
dat deze vogels wijs als goden waren;
Athena kreeg er daags een op visite.

Die uil vloog ’s nachts de hele wereld rond
om alle aardse nieuwtjes te vergaren,
totdat er nauwelijks roddels over waren,
en deed Athena daarvan ‘s morgens kond.

Doch op een dag -hij was al oud van dagen-
moest deze uil voorgoed de ogen luiken.
Athena dacht: ~Dan vraag ik toch zijn kuiken
om in ‘t vervolg de nieuwtjes aan te dragen.~

Dat lukte niet en weet je ook waarom?
Zo’n kuiken van een uil blijkt oliedom.