(kunstwerk Chris Cole)


Toen God eens op een dag Zijn Schepping kritisch overzag
Zag Hij een vogel en Hij raakte vreselijk van slag
'Geweldig!' riep Hij, 'prachtig; zie dat fraaie coloriet!
Maar dat Ik die gemaakt heb dat herinner Ik Mij niet!'

Niels Blomberg, ja hij was het, schiep de zestienkleppengier
Zo makkelijk berijmelijk en één veelzijdig dier
Zo sprak hij laatst ‘zeg beste lui ik weet niet wat ik heb
Maar naar het zich laat aanzien is het vast een lekke klep’

Het euvel werd verholpen door de Leidse sleutelaar
Die kijkt goed uit zijn doppen en hij houdt zijn sleutels klaar
( Familie van de ooievaar, die op het Haagse schild
Maar dat is vrijwel onbekend, je ziet hem nooit in ‘t wild)

Die zestienklepper, mensenlief , die is toch wel apart
Die lacht niet, nee, hij giert gewoon en altijd oerend hard
Vertel je hem, of haar, wat maakt het uit, een goede mop
Dan houdt zijn gierende gelach het eerste uur niet op

En als ie dan uiteindelijk toch uitgelachen is
Dan is het, zult u merken, onderhand Sint Juttemis
Dus al met al die gier is een bijzonder vrolijk beest
De klepper is een aanwinst op je zeg maar wat voor feest

Ontmoet u ooit een zestienkleppengier mevrouw, mijnheer
Wel vraag hem op uw feest want hij verzorgt altijd de sfeer


 

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

Mamatandoorigedichten

Stemverklaring

 
Ik zal op Ernest van der Kwast gaan stemmen
Zijn boek, genoemd naar moeders rijst met kip
Mama Tandoori, kwam op één met stip
Zijn vlotte stijl en taal zijn niet te temmen

Zijn concurrentie lijkt zich vast te klemmen
Aan hoop, maar zit al in een diepe dip
Want ook al doet ze artistiek of hip,
Het helpt niet, zelfs geen bloes vol strakke memmen 

Ernest staat met geluk op goede voet
En vechten zit de schrijver in het bloed
Ook moeders deegroller is lang niet mis

Ze maalt niet om een rijmfout als gratis
Want hoor nu, de NS Publieksprijs is:
Een beeld en geld en gratis reizen! GOED!

Frits Criens
 

 

Mama Tandoori

Maar hoe zou zo’n jurylid strakjes gaan stemmen?
Bij toeval misschien, als een koploze kip?
Of heel conscientieus, zoals wijlen Kees Stip?
Graag zou ik de storm der onzekerheid temmen

Want ik wil dit winnen. De vraag blijft dus klemmen:
Hoe paai ik die jury? Met nacho’s en dip?
Met pennen vol slogans als: ‘Bosman is hip’?
Of zijn ze chantabel (die foto’s vol memmen…)? 

De enige troef die ik heb, is mijn voet
En dan nog niet eens een van vlees en van bloed
Dus hopen maar dat ik geen enkele maat mis

Misschien krijg ik Mama Tandoori dan gratis
Tenslotte, opdat dit gedicht adequaat is,
Vermeld ik een deegroller hier, kort en goed

Hendrik Jan Bosman