Toen raakte Gods ideeënstroom, zo zoetjes aan, eens op
En schiep Hij als Zijn laatste dier, je raadt het al, de blob
'Ik maak', dacht Hij, 'iets, net als Adam, van een klodder klei'
Maar werd door Eva afgeleid en was er niet goed bij

‘Dat vrouwtje, mwah, is naar mijn zin van voren nogal plat
Die werk ik heus nog bij en af, straks in mijn modderbad’
‘Maar allereerst nu blob’, sprak God, een tikkeltje bekoeld
Want blob was blob nog niet, zoals oorspronkelijk bedoeld

Zo stond zijn neus in het begin dus achter op zijn kruin
En stonden beide ogen nog een ietsiepietsie schuin
‘Een klodder hier, een klodder daar en zie het resultaat:
Het is misschien wat droevig, maar hij hoeft niet over straat’

‘En geef je hem een brilletje en ook een paar bretels
Dan krijgt zo’n pafferig figuur zowaar iets heel rebels’

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

Was ik de burgemeester



Was ik de burgemeester van Bernheze
Dan ging ik bij mijn burgers op bezoek.
Ook zou ik al hun boze brieven lezen
En slikte hun kritiek voor zoete koek.

Ik zou in Heeswijk, Heesch en Nistelrode
In Dinther, Loosbroek, zelfs in Vorstenbosch
Me buigen over al mijn burgers noden
En hen beschermen tegen buurman Oss.

Wat zou ik mijn gemeente krachtig leiden:
Men zou mij zien als een verlicht despoot
Die elke vorm van onrecht zou bestrijden
Zodat het woongenot hier werd vergroot.

Gelukkig ben ik slechts Bernhezer dichter
Derhalve is mijn taak aanzienlijk lichter


(Uit de nieuwe bundel Mooi van...)