Toen raakte Gods ideeënstroom, zo zoetjes aan, eens op
En schiep Hij als Zijn laatste dier, je raadt het al, de blob
'Ik maak', dacht Hij, 'iets, net als Adam, van een klodder klei'
Maar werd door Eva afgeleid en was er niet goed bij

‘Dat vrouwtje, mwah, is naar mijn zin van voren nogal plat
Die werk ik heus nog bij en af, straks in mijn modderbad’
‘Maar allereerst nu blob’, sprak God, een tikkeltje bekoeld
Want blob was blob nog niet, zoals oorspronkelijk bedoeld

Zo stond zijn neus in het begin dus achter op zijn kruin
En stonden beide ogen nog een ietsiepietsie schuin
‘Een klodder hier, een klodder daar en zie het resultaat:
Het is misschien wat droevig, maar hij hoeft niet over straat’

‘En geef je hem een brilletje en ook een paar bretels
Dan krijgt zo’n pafferig figuur zowaar iets heel rebels’

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

Trekken (Leudalsonnet)



De geur van koffie aan het Haelens beekje
Mijn lief en ik kampeerden er een weekje
Een molen en een kerk, zo fraai gelegen

We zagen herten en een everzwijn
Ach, 's ochtends viel er wel een buitje regen
Een béétje trekker kan daar toch wel tegen

Het water steeg, de bedjes werden nat
De onrust werd gesust met flessen wijn
Maar knaagde aan 't idyllisch samenzijn

Mijn meisje nam de bus naar Appelscha
Sindsdien koerst onze liefde op vals plat
Ik heb het in dit Limland wel gehad

Als ik ooit weer een keer kamperen ga
Zet ik mijn tent op aan de Drentsche Aa