|
Welkom,
Gasten
|
|
Door merg en been
Ik hoorde plots haar kreet van moord en brand Op blote voeten vloog ik naar beneden En sprong behendig over zeven treden Ze krijste door, wat was er aan de hand? Ik gaf de kamerdeur een flinke zwier En zag haar kermend naar de tafel hinken Welk euvel kon mijn meisje zo verminken? Al rennend riep ik ‘Liefje, ik ben hier!’ Ik hoorde haar ‘Stop, nee, schat!’ niet op tijd Ook ik kon toen mijn tranen niet bedwingen Mijn hoofd werd rood, ik riep de wreedste dingen Van al die woorden kreeg ik later spijt Daar lag die Deense hufter op de grond Dat legoblokje had ook mij verwond Pexels |
|
Alleen ingelogde leden kunnen reageren.
|

We waren god, maar zaten zonder meid.
Dus lazen we begerig in één ruk
de avonturen van Jan Wolkers stuk
als medicijn tegen de eenzaamheid.
Ook Ik Jan Cremer werkte als een drug.
We raakten gaandeweg de onschuld kwijt
en voelden ons uiteindelijk bevrijd
op onze reis naar liefde en geluk.
Ten einde alle mores af te schaffen
ontstond de strijd tegen de constitutie,
de kerk en uiteraard de ouwelui.
Een kleine ritselende revolutie.
Eén ding: we bleven onverminderd paffen.
De provo’s dansten hoestend op het Spui.
* Het ontwaken in de jaren zestig.
Sonnet 12-5 uit de dit jaar nog te verschijnen sonnettenkransenkrans “De vaderlandse geschiedenis” onder redactie van Hilde van Beek en Bas Jongenelen.
(NB: de regels 1 en 14 waren voorgeschreven).