Welkom, Gasten
Gebruikersnaam: Wachtwoord: Onthoud mij

Onderwerp: Uncoupled couplet

Uncoupled couplet 20 aug 2010 01:49 #1

Hij sprak en zeide
In 't zaêl zich wendend:
Vaarwel, o moeder,
Nooit keer ik weer...
Zij vloekte hartsgrondig
en greep naar de fles.
Hij zeide dat vaker.
Zij hoopte niet meer.
Alleen ingelogde leden kunnen reageren.

Re:Uncoupled couplet 20 aug 2010 17:02 #2

  • Arjan Keene
  • Arjan Keene's Profielfoto
Ik wou dat ik twee hondjes was,
dan kon ik samen spelen.

Maar het gaat nu knap vervelen,
ik kan het beest wel kelen.




Shall I compare thee to a summer’s day?
Thou art more lovely and more temperate.

But you must know, I live down under, dear,
And summer is a fearsome winter here.
Alleen ingelogde leden kunnen reageren.

Re:Uncoupled couplet 20 aug 2010 17:15 #3

  • Arjan Keene
  • Arjan Keene's Profielfoto
Bij Noordwijk zwom een nat konijn
temidden van een school tonijn.

Ach ja, sprak een volante meeuw,
ik heb hier een verdwaalde leeuw.
Alleen ingelogde leden kunnen reageren.
Tijd voor maken pagina: 0.096 seconden

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

POTDOMME, zei de dominee



POTDOMME, zei de dominee. We kunnen niet naar buiten…
We zijn volledig ingesneeuwd, van hier tot aan de heg.
Tompoezen of een mokkapunt, daar kunnen we naar fluiten:
wie heden naar de bakker wil, zakt tot z’n middel weg.

Veronica zei sip: Maar ik wou sneeuwballen gaan gooien,
ik wou een sneeuwpop maken met vier voeten en een staart!
De dominee sprak omineus: Tenzij het gauw gaat dooien
wacht ons een Wisse Hongerdood en eet u nooit meer taart.

Daar zaten ze mistroostig uit het serreraam te staren.
’t Leek buiten Nova Zembla wel, zo ijselijk en guur.
De dominee die telde bitter zuchtend zijn sigaren –
toen doken er twee beren op, ter hoogte van de schuur.

De dominee riep: Sodeju, ik ga hallucineren!
Aan mij verschijnen beren in een Hongervisioen.
Het is geen sivioen, zei ’t schaap. En het zijn ook geen beren.
Ze dragen wanten en een muts – het zijn de dames Groen.

Waratje, zei de dominee, ze roetsjen naar beneden
in grote dikke bontjassen, kloekmoedig op de ski!
En als mijn oog me niet bedriegt, dan trekken ze een slede
vol brandewijn en bitterkoekjes, bolknakken en brie.

Ze takelden de proviand naar binnen langs ’t balkon.
Ziezo, zeiden de dames Groen. En nu een ijsbonbon.