Hoor ons Peter tot de poten
zeggen in zijn lits-jumeaux:
“Prop, en graag met forse stoten,
in mijn kontgat die plumeau!“
Daar De Liefde, zo u weet
smeekt om veren in de reet.
Miskend door cartografen slingert de levensader zich door de nieuwe stad, aan twee kanten omsloten door de dichtgetimmerde keerzijde van het leven
Snelweg voor driewielers en kruiwagens Sluipweg voor dolende zielen
Hier heerst het recht van overpad en de plicht om niet te gluren naar de verborgen werkelijkheid
’s Winters speelt hier de wind met het laatste blad
’s Zomers is de lucht gevuld met braadgeur en vrolijkheid gemaaid gras en motorgeronk met kinderbadje en merelgezang
Hier klopt het hart van de nieuwe stad
Achterom 2
De liniaal wil rechtgetrokken straten. Het woonerf wil zijn straten liever krom. Dit flower-powerkind wil onder ’t mom van speelsheid niet van rechte hoeken praten.
Waar ik als wandelaar het liefste kom dat is de steeg met menselijke maten waar hond en kind en fiets zijn uitgelaten; wanneer ik kan dan ga ik achterom.
Het bord vermeldt artikel vier-zes-één, bedoeld wordt dat ik hier niet hoor te komen, onecht no-go-gebied in Vinexstad.
Soms zetten ze er traliewerk omheen om criminaliteit wat in te tomen. Teloor ging hier mijn recht van overpad.