Welkom, Gasten
Gebruikersnaam: Wachtwoord: Onthoud mij

Onderwerp: Een zomer van niets

Een zomer van niets 02 sept 2021 21:36 #1

  • Peter van der Vlis
  • Peter van der Vlis's Profielfoto
  • Offline
  • Iemand om te respecteren
  • Berichten: 73
  • Ontvangen bedankjes 176
Geregeld bibbers van de kou
De weergod was ons vaak onwillig
Vooral de julimaand was grillig
Maar minder grillig dan mijn vrouw

Te weinig zon, te weinig blauw
Het was een zomer van de truien
Vooral augustus had veel buien
Maar minder buien dan mijn vrouw

De zomer stond, zo ben ik bang
In teken van de overgang


De zomer eindigt, ben ik bang
Wat eerder dan de overgang
:
Laatst bewerkt: 03 sept 2021 12:36 door Peter van der Vlis. Reden: Commentaar Wim
Alleen ingelogde leden kunnen reageren.

Een zomer van niets 03 sept 2021 09:45 #2

  • Wim Meyles
  • Wim Meyles's Profielfoto
  • Offline
  • Forumgod
  • taalhumorist
  • Berichten: 2008
  • Ontvangen bedankjes 2784
Leuk vers, Peter, en het loopt lekker.
In de slotregel heb je waarschijnlijk ter wille van dit 'lekkere lopen' gekozen voor 'in teken van' i.p.v. 'in 't teken van', wat enigszins geforceerd aandoet.
Mijn tip zou zijn: zoek een ander werkwoord voor 'in het teken staan van', dat tevens wat sprekender is dan dit nogal vlakke werkwoord.

Hartelijke groet,
Wim
www.wimmeyles.nl

Nieuwste boek: De mug en de olifant (fabels en light verse)
Alleen ingelogde leden kunnen reageren.
Bedankt door: Peter van der Vlis

Een zomer van niets 03 sept 2021 12:34 #3

  • Peter van der Vlis
  • Peter van der Vlis's Profielfoto
  • Offline
  • Iemand om te respecteren
  • Berichten: 73
  • Ontvangen bedankjes 176
Dank je Wim. Je legt de vinger weer haarfijn op de zere plek, ik was zelf ook niet helemaal tevreden over het distichon. Nu wel!
Alleen ingelogde leden kunnen reageren.
Tijd voor maken pagina: 0.112 seconden

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

Distel




De poëzie is uit mijn lijf gekropen:
te vaak te lang, te veel te laat gewerkt.
De werkstroom heeft het andere verzopen.
Het mooie in het leven werd bezerkt.

Een oogklep hield mijn wijde blik beperkt.
Op hol geslagen bleef ik verder lopen.
Ik heb het eigenlijk niet eens gemerkt.
Mijn brein stond voor geen and’re prikkel open,

totdat er tussen scheefgezakte tegels
een klein maar dapper puntje groen ontspruit,
een distel die zich opmaakt voor de bloei.

Ik weet het wel, ’t is tegen alle regels,
dit moet er met de voegenkrabber uit,
maar ik bedenk me tien keer voor ik snoei.