Bas, Ben, als metrumfetisjist word ik vrolijk van zo'n discussie. Eindelijk kan ik mijn stokpaardjes berijden, hoewel Bas natuurlijk al een hoop heeft opgeschreven.
Wat mist in het betoog van Bas is het rustpunt aan het einde van de regel.
Als ik de eerste strofe van Bas (bijna) volgens zijn eigen systeem indeel, dan krijg ik dit:
Hij | was een nijver | mens 23 en | was het liefste | buiten 3
Hij | had een groente|veld 23 ge|legen aan de | plas 23
Hij | teelde groene | kool 23 en | witte kool en | spruiten 3
En | teelde ijsberg|sla 23 en | meer van dat ge|was (23)
De cesuur is dus een rustpunt, zoals die normaal aan het einde van de regel voorkomt. Een zesvoeter zonder cesuur bevat dus een soort enjambement.
Een klassieker:
Het | hemelsche ge|recht 23 heeft | zich ten langen | leste 3
Er|barremt over | my 23 en | myn benauwde | veste, 3
En | arme burge|ry, 23 en | op myn volcx ge|bed, 23
En | dagelix ge|schrey 23 de | bange stad ont|zet. (23)
Ben, dit is zoals ik het lees. Jij niet, neem ik aan getuige de zin "[Met alexandrijnen] zijn honderden klassieke gedichten (...) geschreven en die zijn prima te lezen zonder
- o ja - ertussen."
Hier kan ik alleen tegenin brengen dat er een verschil is tussen "o ja" en een korte pauze.
En dan is er het gedicht 'Voetenwerk'. Inderdaad is de Alexandrijnse dreun doorbroken. De rustpunten op onregelmatige plaatsen heeft iets prettigs.
Het gedicht van Ko de Laat voor de eerder besproken wedstrijd heeft dat ook wel; zie de 5e prijs op
www.aafm.nl/artikel/4700/Rineke_Janssen_..._dichtwedstrijd.html