De commentaren op Jaap’s verhandeling waren naar verwachting; de hele en halve poëten vinden rijm wel aardig, maar het moet hen niet in de weg zitten. De boodschap is belangrijker dan de vorm, en als men de boodschap niet in de vorm geperst krijgt, dan past men de vorm wel aan. Als klein dichtertje bewonder ik de kennis ( en kunde ) van Jaap, maar dit soort discussies haalt weinig uit, want het is alsof je tegen gelovigen spreekt, en je argumenteert ze niet van hun geloof af. Ik voelde in die discussie een soort venijnigheid. Ze voelen zich aangevallen. Want ze weten best dat ze tekort schieten.
Gerrit Komrij beweert daar: “….. maar die ta-BOEM ta-BOEM ta-BOEM-fase zal iemand toch achter zich moeten laten, op het moeilijke pad van boekhouder naar dichter.”
Dat mag van mij, maar niet in een vormvast gedicht. Dan is het nl. niet vormvast meer.
Ik ben benieuwd of de oproep van Quirien ( zend eens wat werk in ) iets oplevert. Mogelijk voeren we de hele discussie weer, maar dan op hetvrijevers.