Nog twee exemplaartjes dan maar, waaraan ik de komende 28 uur niet veel meer verwacht te kunnen sleutelen. Veel meer valt er helaas niet meer uit te halen en omdat ze in zekere zin 'af' zijn kieper ik ze toch nog maar even over boord hier het forum op. U merkt allicht op dat ik gematigd enthousiast ben, maar ik vond het stiekem ook jammer deze probeersels helemaal weg te gooien en vind afbakvers-inzendingen eigenlijk juist uitermate geschikt om als 'publieke schrijfoefeningen' te gebruiken.
Op de rivier (
op muziek)
Geschreven op de wijs van 'The Wild Rover'
Het leven als schipper valt niet altijd mee,
maar soms is een bootreis niet zo’n slecht idee.
De vaten zijn vol, dus de stemming is goed.
We krijgen al zuipend spontaan goede moed.
En we zuipen samen!
Samen op de rivier!
Als de rum ons te veel wordt,
gaan we over op bier!
Als golven ons tarten is ieder pislink,
dus vaak starten wij dan vast met het gedrink.
We proosten voorzichtig want met onze dorst
wordt zelden eens zomaar een druppel gemorst.
En we zuipen samen!
Samen op de rivier!
Als de rum ons te veel wordt,
gaan we over op bier!
Eerst waren we steeds in de weer op de zee,
maar niemand was daar ooit volledig tevree.
We hielden de golven maar moeilijk in toom
en drijven dus nu op een zoetwaterstroom.
En we zuipen samen!
Samen op de rivier!
Als de rum ons te veel wordt,
gaan we over op bier!
Ons slopende tempo bracht heel wat teweeg:
de blazen zijn vol en de glazen zijn leeg.
Dit loopt uit de hand, straks, waar ik ook maar kijk.
Nog eventjes en dan begint het gezeik.
En we zuipen samen!
Samen op de rivier!
Als de rum ons te veel wordt,
gaan we over op bier!
Als de rum ons te veel wordt,
gaan we over op bier!
Vloed (
op muziek)
Hoe ik mijn schip, hier in dit slib,
ooit nog voor anker moet krijgen.
Dat is de vraag, nu hier gestaag
spontaan de wateren stijgen.
Wacht hier een doop? Of blijft er hoop
op lijfsbehoud door een wonder?
Komt het nog goed? Of zinkt de moed
en gaat ons schip kopje onder?
Nu was er geen die zich meteen
op deze bootreis verheugde.
Het stormt en stort, waardoor het schort
aan elke reden tot vreugde.
Voor lange tijd is tot mijn spijt
niets leuks gebeurd om te vieren.
Man, wat een zee. Dit valt niet mee,
hier bij die stinkende dieren.
Zo’n zondvloed is geen kattenpis.
Wat valt dit ons allen tegen.
Geen zon die schijnt en maar geen eind
aan die voortdurende regen.
Het eist zijn tol. Nooit houd je ’t vol.
Je loopt jezelf te bedriegen.
Ik word hier gek, zo op dit dek
en straks zie ik ze nog vliegen!
Ach, kijk een raaf, zwartgrijs en gaaf.
Vlieg jij maar weg of ik pak je!
En daar een duif. Man, wat een kluif!
O, nee, het is slechts een takje.
Maar dat stuk groen zal hopen doen!
Is ons laagwater gegeven?!
Ja, het is klaar! We gaan zowaar
toch nog een tijd langer leven!
Ja, het is klaar! We gaan zowaar
toch nog een tijd langer leven!