Het is geen regel.
Laat ik het dan zo formuleren:
Na veel Fopjes gelezen en herlezen te hebben ben ik tot de conclusie gekomen dat wat IK het aardige aan deze versvorm vind, is als er in de taalgrap een relatie is met het genoemde dier. Zie ook Trijntje Fop in Jaap Bakker.
Maar nee, het hóeft niet, daar zijn genoeg leuke voorbeelden van.
Vwb ‘als de regel wel bestaat, voldoet mijn clou daar volgens mij aan, omdat de tijgertweeling taalzwak is’:
Tijger is hier inwisselbaar. De grap taalzwak – gespelt kun je op elk dier/mens toepassen en dus voldoet het voor mij niet aan de formulering en mis ik iets in dit Fopje.
Op een mensentweeling
Een mensentweeling uit La Paz
Die zwakbegaafd en leesblind was
Deed onlangs nog een woorddictee
En samen scoorden ze een twee
Hun moeder kreeg, zo wordt verteld
Een zeven op de mouw gespelt
Op een poedeltweeling
Een poedeltweeling uit La Paz
Die zwakbegaafd en leesblind was
Deed onlangs nog een woorddictee
En samen scoorden ze een twee
Hun moeder kreeg, zo wordt verteld
Een zeven op de mouw gespelt
gr