Een haai bezocht een vissenfeest
Waar werd geblowd door menig beest
‘Doe dat toch niet, die hasj en wiet’
Vermaande hij een mooie griet
‘Hoor hem nou’, sneerde een tonijn
‘Hij hoeft geen stuf om haai te zijn’
1. God, wat een feestgangers Dagenlang carnaval Als je in ’t zuiden woont Heb je geen keus
Van bruine kroeg tot aan Evenementenhal Klinken klassiekers als Waar is mijn neus
2. Waar is mijn neusschotje? Bloedende kroegtijger Meldt zich des nachts bij de Huisartsenpost
Vraagt bovendien ondanks Hallucinerende Hersentjes zakelijk Wat of het kost
3. Wat of het kosten gaat? Zinvolle levensvraag Zeker wanneer het de Godsdienst betreft
Wees op uw hoede voor Zielverloskundigen Of ander volk dat graag Mensen verheft
4. Mensen, verheft u zich Daar komt een heilige, Tempelgids maant ons zacht Dwingend tot staan
Wonderlijk wijs kijkt geen Nieuwtestamentische Man maar een aap ons heel Eventjes aan
5. Eventjes aandacht graag! Priester op podium Raakt half bezwerend een Rolstoeler aan
Is het een wonder of Manipulatiekunst? Net zoals gisteren Kan hij weer staan
6. Kan hij weerstaan worden? Ooit wacht ook u de dood Maak dus vroegtijdig uw Wensen bekend
Buikdanseressen en Gospelzanglustigen Maken uw uitvaart tot Evenement
7. Evenementenhal Hallucinerende Zielverloskundigen Zalven de geest
Nieuwtestamentische Manipulatiekunst Gospelzanglustigen God, wat een feest
Eind 2017 kreeg ik van Rob Boudestein het recept voor een ollekebollekekrans. Het idee bestond wel, maar het ontbrak nog aan de uitvoering. De regels van Rob: 1. Zes ollekebollekes waarvan de laatste vier lettergrepen de eerste van de volgende zijn. 2. De zes zeslettergreepwoorden vormen de basis van een zevende vers. 3. De laatste vier lettergrepen van dat zevende vers zijn natuurlijk de eerste vier van het eerste.