Een vrouw telt meestal veel meer levensdagen En schoner is beslist haar lichaamsbouw Geen dame aan wie ik mijn nood kan klagen Al helemaal niet aan mijn eigen vrouw
Geen dame aan wie ik mijn nood kan klagen Die ik mijn leed om onrecht toevertrouw Ik zal mijn lot kloekmoedig moeten dragen Dat mij haast dwingt te grijpen naar het touw
Ik zal mijn lot kloekmoedig moeten dragen Want anders krijg ik thuis een fikse douw Geen dame aan wie ik mijn nood kan klagen Al helemaal niet aan mijn eigen vrouw
Of u gelovig, heidens bent of ietsig Het maakt niks uit, het man-zijn is maar nietsig
De eerste twee regels zijn afkomstig van het sonnet Voor de keuze, Driek van Wissen uit de bundelEen loopje met de tijd.