Een vrouw telt meestal veel meer levensdagen
En schoner is beslist haar lichaamsbouw
Geen dame aan wie ik mijn nood kan klagen
Al helemaal niet aan mijn eigen vrouw

Geen dame aan wie ik mijn nood kan klagen
Die ik mijn leed om onrecht toevertrouw
Ik zal mijn lot kloekmoedig moeten dragen
Dat mij haast dwingt te grijpen naar het touw

Ik zal mijn lot kloekmoedig moeten dragen
Want anders krijg ik thuis een fikse douw
Geen dame aan wie ik mijn nood kan klagen
Al helemaal niet aan mijn eigen vrouw

Of u gelovig, heidens bent of ietsig
Het maakt niks uit, het man-zijn is maar nietsig


De eerste twee regels zijn afkomstig van het sonnet Voor de keuze, Driek van Wissen uit de bundelEen loopje met de tijd.

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

Fatal attraction

Haar uiterlijk verdiende geen medaille
is veel te zacht gezegd, maar ze bezat
als troostprijs wel een hele slanke taille.

En innerlijke schoonheid dan? Geen spat!
Een loeder was ze, giftig, een harpij.
Toch kwam er ooit een vrijer op haar pad.

Een zomeravond op de Mookerhei
werd ze bevrucht, niet al te fijnbesnaard;
hij zag, hij overwon, hij kwam. En zij?

Ook zij vond het beslist de zonde waard;
zo’n lekker stuk, daar zag ze wel wat in.
Hij smaakte best. Dat zij nog heeft verklaard: 

‘In ieder einde schuilt een nieuw begin’,
dat lijkt me onwaarschijnlijk, voor een spin.